Barbara Vis: 'Alleen bezuinigen tijdens recessie?'

In economisch moeilijke tijden wordt er vooral bezuinigd: bezuinigen zou slechts “the only game in town” zijn, is het beeld. Maar is dat ook echt zo?

12-06-2014 | 10:59

Barbara_Vis_3Barbara Vis, hoogleraar Politieke Besluitvorming, hield op 6 juni een presentatie over bezuinigingen en symboolpolitiek. Dat deed zij op het NWO-evenement Bessensap.

Zij onderzocht bezuinigings- en investeringsmaatregelen in drie verschillende verzorgingsstaten: het Verenigd Koninkrijk (liberaal), Duitsland (conservatief), Denemarken (sociaal-democratisch) en Nederland (hybride) in de periode 2010-2012.

Wat kan er allemaal worden verstaan onder ‘bezuinigings- en investeringsmaatregelen’? Bij bezuinigingen kun je denken aan snijden in bestaande rechten, bijvoorbeeld uitkeringen verlagen. Ook kun je kosten besparen door de huidige regels aan te scherpen. Het tegenovergestelde van bezuinigen is niet alleen investeren, maar ook de compensatie van bepaalde benadeelde groepen uitbreiden: door een hogere uitkering uit te keren, bijvoorbeeld.

De conclusies? In Nederland lijkt bezuinigen op de verzorgingsstaat wel “the only game left in town”. Er wordt echter niet uitsluitend bezuinigd. Zo is er wél 250 miljoen euro geïnvesteerd in het beroepsonderwijs, één van de weinige investeringen die Nederland heeft gedaan. In de andere onderzochte landen gaan bezuinigingen samen met iets meer investeringen, waarbij Duitsland de meeste investeringsmaatregelen invoert. Studenten met een laag inkomen krijgen daar bijvoorbeeld een hogere toelage, de leeftijdsgrens voor masterstudenten is verhoogd, en excellente studenten ontvangen nu een maandelijks stipendium.

In het Verenigd Koninkrijk worden er vooral kosten bespaard door de huidige regels strenger toe te passen, zoals strikter toezien op uitkeringsfraude. Een opvallende bevinding: van alle maatschappelijke sectoren wordt in de arbeidsmarkt het meest geïnvesteerd – algemeen beschouwd als noodzakelijk voor een gezonde economie.

Kortom: bezuinigingen op de verzorgingsstaat domineren in economisch slechte tijden, maar er zijn ook sociale investeringen. Zijn die investeringen het door Balkenende in 2006 beloofde ‘zoet na het zuur’? Dat is de vraag. Het zijn in ieder geval sobere investeringen.