"Het EU-voorzitterschap is niet meer wat het geweest is"

Nederland is per 1 januari 2016 voorzitter van de Europese Unie. Ben Crum, hoogleraar Politieke Theorie, reageert.

18-12-2015 | 8:50

Vanaf 1 januari 2016 neemt Nederland het voorzitterschap van de Raad van de EU over van Luxemburg. Het is de twaalfde keer dat Nederland in die positie komt. Daar hebben een paar gedenkwaardige gelegenheden bij gezeten, zoals het sluiten van het Verdrag van Maastricht in 1991 en het Verdrag van Amsterdam in 1997. De laatste keer, in 2004, sprong met name de opening van de EU-toetredingsonderhandelingen met Turkije in het oog.

Het EU-voorzitterschap is echter niet meer wat het is geweest.

Ooit symboliseerde het voorzitterschap de afwezigheid van een centrale macht in de EU doordat het gedeeld werd tussen de lidstaten, en de voorzitter dus niet boven de vergadering stond maar slechts één van de partijen aan tafel was: gedeelde macht, gedeelde verantwoordelijkheid (zie ook een publicatie van Crum uit 2009). Ook symboliseerde het voorzitterschap de gelijkwaardigheid van de lidstaten, doordat ze allemaal – groot en klein – bij toerbeurt even lang aan het roer kwamen, en slechts voor de relatief korte periode van zes maanden. Bovendien was het voorzitterschap een mooie gelegenheid om het eigen land in de Europese schijnwerpers te zetten, en om Europa in eigen land in de schijnwerpers te zetten.

Symboliek verdwenen
Veel van die symboliek is verdwenen. Het voorzitterschap omvat niet langer meer de Europese Raad van regeringsleiders (dat doet Donald Tusk) en evenmin de Ministeriële Raad voor Buitenlandse Zaken (die doet Federica Mogherini). De officiële bijeenkomsten vinden plaats in Brussel en Luxemburg; slechts voor informele vergaderingen wordt het land van de voorzitter aangedaan. Meest veelzeggend is wellicht dat afgelopen juni een belangrijk rapport over de toekomst van de Eurozone werd gepresenteerd dat was opgesteld door vijf (!) Europese voorzitters (van de Europese Commissie, de Europese Raad, de Eurogroep, het Europees Parlement en de Europese Centrale Bank), maar dat daarbij de voorzitter van de Raad van de EU ontbrak.

Een deel van de macht van het voorzitterschap is dus verplaatst naar fulltime posities in Brussel.

Maar dat neemt niet weg dat het voorzitterschap een bijzondere positie blijft (en zeldzamer is dan voorheen), en dat het bijzondere macht met zich mee brengt – met de bijbehorende verantwoordelijkheden en risico’s. De essentiële instrumenten in de handen van het voorzitterschap zijn het vermogen om te agenderen en het vermogen om te mediëren (vgl. Crum, 2007). De kunst is om deze instrumenten zo in te zetten dat besluiten worden versneld waarvoor dat gewenst is. Vanuit Europees oogpunt geldt dat het komende halfjaar natuurlijk voor maatregelen om de vluchtelingenstroom onder controle te krijgen. Een specifiek onderwerp waar de Nederlandse regering op zal inzetten is het beteugelen van oneigenlijke arbeidsmigratie binnen de EU.

Wellicht dus dat Nederlandse bewindslieden de komende maanden zo nu en dan met de eer mogen strijken van de succesvolle afronding van een EU-besluit. Maar uiteindelijk hebben ze maar beperkte controle over welke dossiers ze op hun bordje vinden. Bovendien leert de ervaring dat het beeld van een voorzitterschap veelal wordt bepaald door het optreden in niet te voorziene crisismomenten en, misschien nog wel vaker, door een enkele uitglijer in dat ene semester. Dat laatste verklaart wellicht waarom deze Nederlandse regering ervoor heeft gekozen het voorzitterschap sober en zonder al te grote ambities tegemoet te treden.

In de loop van het Nederlands EU-voorzitterschap organiseert het VU/UvA Amsterdam Centre for Contemporary European Studies (ACCESS EUROPE) in samenwerking met De Nieuwe Poort een serie publieksbijeenkomsten onder de titel “Het Nederlandse voorzitterschap van de EU: Wat staat er op het spel?”.
De eerstvolgende bijeenkomst heeft als thema "Wat is Jouw Agenda voor Europa?" en vindt plaats op donderdag 4 februari om 16.00 uur in De Nieuwe Poort op de Zuidas.
Meer informatie vindt u hier.

Referenties
Crum, B. (2007), ‘Can the EU presidency make its mark on interstate bargains? The Italian and Irish presidencies of the 2003-2004 IGC’, Journal of European Public Policy 14 (8), 1208-1226. doi: 10.1080/13501760701656429

Crum, B. (2009), ‘Accountability and personalisation of the European Council presidency’, in Journal of European Integration 31 (6), 685-701. doi: 10.1080/07036330903199853