Tolereren van intolerantie?

Homo- en biseksuelen ervaren in Nederland nog steeds veel ongemak. Nederland staat bekend om haar tolerantie van homoseksualiteit. Tegelijkertijd blijft heteroseksualiteit wel de norm.

13-02-2018 | 10:49

Uit promotieonderzoek van de VU-socioloog Jantine van Lisdonk blijkt dat 16-25 jarigen met een homo- en biseksuele oriëntatie op veel manieren te maken krijgen met ongemakkelijke ontmoetingen, waarin hun seksuele oriëntatie subtiel of expliciet wordt gemarkeerd, terwijl het onnodig of irrelevant zou moeten zijn. “Als mijn heteroseksuele vrienden mij zien met een jongen die wat vrouwelijke trekken heeft dan krijg ik natuurlijk opmerkingen als ‘wie is die nicht waar jij mee rondliep?’”

Deze ongemakkelijke interacties tussen hetero’s en niet-hetero’s dragen de boodschap uit dat homo- en biseksuele oriëntatie niet ‘natuurlijk’ is, niet verwacht wordt of buiten het normatieve valt. Dat seksuele oriëntatie er nog steeds toe doet blijkt ook uit studies die laten zien dat Nederlandse jonge lesbische, homoseksuele en biseksuele personen in vergelijking met heteroseksuele leeftijdsgenoten nog steeds meer negatieve uitkomsten rapporteren op het gebied van psychosociaal welbevinden, levenstevredenheid, slachtofferschap en suïcide. De algemene verklaring voor deze ongemakkelijke ontmoetingen en verschillen is dat de Nederlandse samenleving nog steeds gebaseerd is op de norm van heteroseksualiteit, ofwel heteronormativiteit. Promovenda Jantine van Lisdonk geeft aan dat Nederland zich nog niet bevindt in een post-gay samenleving, waarin seksuele oriëntatie er niet meer toe doet. Haar onderzoek biedt meer inzicht in hoe die norm van heteroseksualiteit uitwerkt voor niet-heteroseksuele jongeren. De Nederlandse cultuur van tolerantie maakt het lastig om ongemakkelijke ontmoetingen of subtiele intolerantie bespreekbaar te maken.

Meer intolerantie voor biseksualiteit?

Uit het onderzoek blijkt ook dat er nog een hoop te winnen valt op het gebied van ruimte voor biseksualiteit. Zo wordt tegenwoordig vaak de ‘B’ van biseksualiteit toegevoegd in LHBT-beleid, maar wordt er weinig expliciete aandacht aan besteed. Vergeleken met deelnemers van het onderzoek die zich uitsluitend aangetrokken voelen tot seksegenoten scoorden de deelnemers die zich aangetrokken voelen tot beide geslachten slechter op openheid over hun seksuele oriëntatie, gemak bij zichtbaarheid, ervaren acceptatie, en suïcide pogingen. Biseksuele deelnemers spreken over de druk om een keuze te maken: “Veel van de mannen gaven reacties als: 'Weet je het zeker? Hebben we nog steeds een kans ?’ dat was best vervelend omdat ik het niet wist.” De gedachte dat iemand die niet hetero is, dan wel homo zal zijn, is nog erg vanzelfsprekend in Nederland. Dit maakt biseksualiteit onzichtbaar en laat weinig ruimte voor twijfel en fluïditeit. Volgens van Lisdonk is er een verschuiving nodig van aandacht voor acceptatie van homoseksualiteit naar aandacht voor seksuele diversiteit en heteronormativiteit.

Promotie van Lisdonk

Dinsdag 27 februari promoveert Jantine van Lisdonk op het proefschrift ‘Uncomfortable encounters. Dutch same-sex oriented young people's experiences and the relation with gender nonconformity in a heteronormative, tolerant society’ om 13.45 in de Aula van de VU Amsterdam.