Onze man in China

Vanaf 15 januari 2018 is communicatiewetenschapper Johan Hoorn aangesteld als docent aan de Polytechnische Universiteit Hong Kong. Enkele maanden geleden won hij nog de FSW-onderzoeksprijs voor aansprekend, veelbelovend en originele onderzoeksprestaties op het gebied van sociale wetenschappen en robots. Een goeie zes weken na zijn aantreden ging de faculteit eens kijken hoe het Hoorn bevalt in China.

06-03-2018 | 14:00

Gefeliciteerd met uw aanstelling, hoe bevalt het in Hong Kong, aan deze universiteit?
‘Het is goed toeven aan de Hong Kong Polytechnic University (PolyU). De School of Design en de Department of Computing hebben een interfacultaire positie gecreëerd waarin ik beide disciplines kan verbinden op het gebied van de Sociale Robotica. De universiteit zelf is een groen rustpunt in een drukke, internationaal georiënteerde metropool. Hong Kong staat al 24 jaar op rij bovenaan de meest open economie ter wereld en vierde op de wereldranglijst wat het niveau van schoolonderwijs betreft. Ik heb met erg goed opgeleide studenten te maken.’

Hoe bent u terechtgekomen bij deze aanstelling?
‘Tussen 2009 en 2015 was ik projectleider van SELEMCA (Services of Electro-mechanical Care Agencies), een onderdeel van het landelijke CRISP (Creative Industries Scientific Programme). De trekker van dat programma werd na de start al gauw decaan van de School of Design aan PolyU. Nog voordat SELEMCA wereldwijde bekendheid verwierf met de documentaire "Ik ben Alice", was ik al een aantal keren op bezoek geweest voor lezingen aan PolyU en voor overleg met de robotontwikkelaars ter plaatse. Toen de School of Design en de Department of Computing besloten nauwer samen te werken, hebben ze een leerstoel Social Robotics gecreëerd waarop ik gesolliciteerd heb.’

“Als we menselijke communicatie niet doorgronden, kunnen we een robot nooit uitleggen hoe ons te begrijpen”

U behoudt uw aanstelling aan de VU nog; hoe ziet u de samenwerking tussen de twee organisaties voor u?
‘Ik werk aan de VU bij de afdeling Communicatiewetenschap. Industrieel ontwerpen, informatica en communicatie vormen de driehoek waarbinnen de sociale robotica zich bevindt. Als we menselijke communicatie niet doorgronden, kunnen we een robot nooit uitleggen hoe ons te begrijpen. Het is mijn stellige overtuiging dat sociale robots het interface gaan vormen tussen de digitale wereld en de analoge mensenwereld. Uitwisseling van studenten en onderzoekers op de raakvlakken van communicatie, taaltechnologie, Big Data analyse en semantisch web zou daarin zeer behulpzaam zijn.’

U gaat bij PolyU de roboticslab opzetten en de nieuwe generatie van mensvriendelijke mensachtige robots ontwikkelen. Hoe komt het sociale aspect daar in terug?
‘De robot gaat een eigen sociale positie verwerven in gezin en maatschappij. Het is geen gewone computer, maar ook geen mens of een huisdier. Een robot heeft z’n eigen unieke krachten en zwakten, maar verhoudt zich wel tot zijn gebruiker. Dit gebeurt omgekeerd nog sterker; de mens is vrijwel niet in staat een robot anders dan sociaal te benaderen. De sociale wetenschappen zullen dus met nieuwe modellen moeten komen, want menselijke modellen zijn maar heel beperkt toepasbaar op een robot.’

“De robot gaat een eigen sociale positie verwerven in gezin en maatschappij”

U heeft enkele maanden geleden nog de FSW-onderzoeksprijs ontvangen, hoe wilt u zich nog blijven inzetten voor de VU vanuit Hong Kong?
‘Ik zal aan de VU de cursus Sociale Robotica blijven verzorgen, en blijf me inzetten als tweede begeleider voor de robotica-studenten bij het afstuderen. Ook zijn er nog promovendi die moeten promoveren met mijn begeleiding. Daarnaast denken hoogleraar Media psychologie Elly Konijn en ik aan het opzetten van interculturele studies op het gebied van robotica. Al mijn publicaties blijven meetellen voor de VU. Tevens heb ik een samenwerking tussen de VU en het bedrijfsleven tot stand gebracht op het gebied van de robotica, waarbij ik nauw betrokken blijf.’

Wat voor grote overeenkomsten of verschillen ziet u (nu al) tussen de twee universiteiten?
‘Het grootste verschil is het gevoel van gemeenschap bij de Chinezen die je tot uitdrukking ziet komen op de campus, die als een tweede huiskamer fungeert; studenten staan in de avond dansjes te doen, gezamenlijk te zingen, de Chinese beweegkunst Tai Chi te oefenen of te werven voor de lokale disputen. Het is allemaal erg gezellig en ontspannen. Maar het vriest dan ook niet en is 15 tot 20 graden, wat ze best een kille winter vinden.’

Wij wensen onze man in China Johan Hoorn veel succes daar in het warme Hong Kong.

Foto: Zorgrobot Zhora