‘Europa wordt slachtoffer van haar eigen succes’

De voordelen van lidmaatschap van de EU worden vaak toegeschreven aan het nationale systeem, zo stelt hoogleraar Politiek Gedrag in Europa aan de VU, Catherine De Vries. Het zou aan de grondslag kunnen liggen waarom Britten stemden vóór de Brexit en waarom het euroscepticisme in andere landen ondanks de economische groei van de laatste jaren nog niet is verdwenen.

11-03-2019 | 13:39

De Brexit-deadline nadert met rasse schreden. Met alle onrust rondom het verlaten van de Britten uit de EU, lijkt de roep om het lidmaatschap ook op te zeggen door de andere leden verstomd. Hoe heeft het zover kunnen komen en hoe moet de EU nu verder?

EU op scherp
De Vries laat  in haar oratie op 29 maart – de huidige deadline voor de Brexit-deal  - zien dat mensen de voordelen van lidmaatschap van de EU niet toeschrijven aan de EU, maar voornamelijk aan het eigen nationale systeem. De EU staat daardoor dus op scherp, want kritische geluiden zijn er nog steeds, maar de voordelen worden dus over het hoofd gezien. De Vries: “Ik wijs op een paradox. Europa wordt slachtoffer van haar eigen succes.” Ze constateert dat de nationale omstandigheden de bezwaren weerspiegelen; woon je in een land waar een relatief goed bestuur is en het economisch goed gaat – bijvoorbeeld Nederland – dan is dat een perfecte voedingsbodem voor euroscepticisme. Burgers zijn dan eerder geneigd om te denken dat hun land het zonder de EU ook wel goed kan redden.

‘We hebben de EU niet nodig’
Dit zou één van de oorzaken kunnen zijn waardoor de Britten in 2016 kozen om de EU te verlaten. Het ging relatief goed met de economie, dus waarvoor hadden ze de EU nog nodig? De Vries vergelijkt daarbij het laatste referendum in 1975, toen de economie in het Verenigd Koninkrijk op een dieptepunt was. Toen stemden de Britten juist vóór toetreding van de binnenmarkt. “In die gevallen krijg je dus steun voor de EU, terwijl in landen waar het goed gaat het tegenovergestelde gebeurt. Daar gaan ze flirten met euroscepticisme.” Brexit laat volgens De Vries zien dat uittreding lastiger is dan gedacht. Dit verstomt de roep voor exit in andere landen. Zij ziet dat politieke partijen en leiders, zoals Wilders en Le Pen, de exit-retoriek nu ook minder op de voorgrond plaatsen dan voorheen, omdat er geen goed alternatief is. “Misschien moeten we de EU wel veranderen, maar er niet helemaal uitstappen. Dat blijkt toch een brug te ver.”

Meer aandacht voor wisselwerking EU en nationale systeem
De Vries stelt dat er een wisselwerking is tussen hoe de Europese staten denken over de EU en over het nationale systeem. Met alle ontwikkelingen rondom Brexit betekent het daardoor niet noodzakelijk dat er nu minder euroscepticisme is, steun voor lidmaatschap mag wel zijn gestegen in andere landen, maar dat houdt niet in dat burgers tevreden zijn met Europa. Daarom moet de EU wel echt iets gaan bereiken en met iets gaan komen, zegt de Vries. De vraag is niet ‘wel of geen Europa’, maar wat de EU met de verwachtingen gaat doen op de lange termijn. Wat voor Europa willen we? Bovendien moeten de EU ook rekening houden met alle mogelijke Brexit-scenario’s en welke gevolgen deze zouden kunnen hebben voor het euroscepticisme. Positief, dan wel negatief. “We houden het niet voor mogelijk nu, maar wat als Brexit een succes wordt?”