COVID-19: Wie zijn de winnaars en de verliezers in de nieuwe wereldorde?

De wereld is in de ban van het coronavirus. Grenzen gaan dicht, handelsverkeer wordt stilgelegd en burgers wordt geboden zo veel mogelijk thuis te blijven. Het lijkt ieder voor zich. Wat is er nog over van globalisering? Een verenigd Europa? En gezamenlijke mondiale doelen zoals het bestrijden van de klimaatcrisis? Wij vragen het universitair hoofddocent Internationale Betrekkingen Nana de Graaff.

14-04-2020 | 10:58

In december 2019 werd in de Chinese miljoenenstad Wuhan een cluster van symptomen van een ‘longontsteking van onbekende oorsprong’ waargenomen dat al snel in verband werd gebracht met een markt waar allerlei levende dieren werden verhandeld. In eerste instantie leek het virus een vanuit het Westen bezien een ‘ver van je bed-show’. Maar al snel stond het virus in Europa op de stoep en bleek de hele wereld een grote besmettingshaard te zijn geworden. Een land dat rijzende is in de wereld werd ineens de boeman. Toch lijken de rollen nu om te draaien, zegt De Graaff. “China is een enorm pr-offensief gestart. Waar het eerste de grote boosdoener was, lijkt het land nu leidend in de wereld op het gebied van bestrijden van het virus. Ook treedt het op als grote redder met steun in de vorm van kennis, mondkapjes en geld. De achterstand die het land heeft opgelopen is omgeslagen in een voorsprong en die proberen ze optimaal te benutten.”

Herstel vertrouwen

Toch zegt De Graaff dat de acties van China niet alleen PR voor de buitenwacht is, er zitten ook een andere gedachtes achter. “Het is ook een kwestie van welbegrepen binnenlands eigenbelang. Voor de communistische partij was het van groot belang dat het vertrouwen van de bevolking en de legitimiteit van de partij werd hersteld. Bij de aanvang van de coronacrisis liep deze namelijk een grote knauw op, er was erg veel kritiek en woede over de manier waarop lokale en centrale overheden omgingen met de uitbraak van het coronavirus, dat aanvankelijk in de doofpot werd gestopt. “Daddy Xi” [de Chinese president] was ook nergens te bekennen en het volk voelde zich in de steek gelaten. In de periode nadat de uitbraak was vastgesteld, heeft de overheid heel fors en daadkrachtig ingegrepen en nu – in vergelijking met hoe laat en gebrekkig overheden in het Westen reageerden, het gebrek aan capaciteit, solidariteit en leiderschap en de enorme aantallen sterfgevallen – is men de Chinese aanpak gaan herwaarderen. Hoewel daar veel staatspropaganda aan te pas kwam, werd de Partij behoorlijk geholpen door de falende reacties in de rest van de wereld. Van mijn Chinese collega’s hoor ik dat Chinezen zelf het idee hebben momenteel op de veiligste plaats in de wereld te wonen.”

China vs Amerika

Op de vraag of Amerika haar leiderschapsrol in de wereld aan China aan het verliezen is, antwoordt De Graaff: “In een tijd waar andere leiders zich terugtrekken, zie je China juist het tegenovergestelde doen. China biedt hulp in de vorm van kennis en middelen, terwijl Amerika nog steeds vooral ‘America first’ predikt. Donald Trump en andere Amerikaanse regeringsleiders spreken van het ‘Chinese’ virus. Daar win je geen sympathie mee op het wereldtoneel en werkt Chinese propaganda in de hand. Daarnaast lijkt China het virus te hebben ingedamd, in tegenstelling tot Amerika. Daar groeit het aantal besmettingen exponentieel, ligt het land plat en geeft Trump aan dat als het coronavirus tussen de 100.000 en 200.000 Amerikanen het leven gaat kosten, hij het goed heeft gedaan.” Wat de gevolgen op geopolitiek niveau zullen worden is volgens De Graaff vooralsnog moeilijk te voorspellen. “Bestaande spanningen staan onder druk. De ‘blame-game’ tussen China en Amerika over wie er nu het meeste verantwoordelijkheid draagt voor de coronapandemie helpt de toch al wankele internationale betrekkingen niet. Al zorgt de dollar er nog steeds voor dat Amerika op geopolitiek niveau een sterke positie heeft staat ook de No.1 van de wereldeconomie aan de rand van een economische depressie van historische proporties en heeft de crisis de afgelopen weken al 16 miljoen banen gekost. China heeft natuurlijk ook economische uitdagingen van gigantische omvang, maar proberen nu de voorsprong die ze hebben in het opstarten van hun economie optimaal te benutten, door hun positie op de wereldmarkt en bijvoorbeeld in technologie (denk aan 5G, AI) te verstevigen, en door internationaal leiderschap te vertonen. Dat is ook de reden dat Xi met ongeveer alle wereldleiders aan de lijn heeft gehangen. Amerika is nu te druk bezig met zichzelf en Trump heeft nooit iets anders gedaan. Zo bezien zou China best wel eens sterker uit deze crisis kunnen komen.”

Europa

Ook in Europa lijkt de samenwerking ver te zoeken. “De achilleshiel van Europa komt door de coronacrisis bloot te liggen. Zo zag je in Italië dat er hulp kwam vanuit China. Niet Noord Europa, maar China stuurde artsen en mondkapjes. In Europa lijkt het ieder voor zich en een eenduidig beleid vanuit de EU is ver te zoeken. Het is jammer, want juist de coronacrisis biedt mogelijkheden tot een grotere integratie van Europa. Er zou veel meer op deze manier gedacht moeten worden. Als Europa samen gaat nadenken over het beleid dat gevoerd moet worden om deze crisis het hoofd te bieden, kunnen we veel verder komen.”  

Hoewel de coronacrisis in eerste instantie de ongelijkheid in de wereld en gespannen betrekkingen alleen maar vergroot, gaan er ook geluiden op dat de coronacrisis voor meer gelijkwaardigheid en samenwerking in de wereld kan gaan zorgen. “De coronacrisis is naast een mondiale gezondheidscrisis een economische crisis van ongekende proporties - die ook de financiële markten zal gaan raken - en een enorme ontwrichting van ons sociale stelsel met zich mee brengt. Maar de coronapandemie biedt ook mogelijkheden. Het laat zien dat drastische veranderingen mogelijk zijn en hard nodig zijn. Het hangt heel erg af wat leiders gaan doen met de kansen en hoe wij in staat zijn om de leiders scherp te houden. We hebben ons als mensheid aardig in de nesten gewerkt met de uitbraak van deze pandemie. Hopelijk leidt deze crisis tot nieuwe sociale, economische en ecologische verhoudingen, meer samenwerking en solidariteit. Stimuleer lokale productie en een eerlijkere productie keten, zorg voor een doorstart in de groene transitie, verkort de werkweek en voer een basis inkomen in, herwaardeer vitale beroepen zoals verplegers en onderwijzers, investeer in een sterk en sociaal gezondheidsstelsel, enzovoorts. Er zijn goede ideeën genoeg. Hopelijk worden die kansen aangegrepen, maar hoe het er nu uitziet ben ik daar minder positief over”, zegt De Graaff. 

De staat

Betreft de machtsbalans in eigen land zegt De Graaff dat er een herwaardering voor de rol van de staat zal komen. “Zoals je ook al eerder zag tijdens de financiële crisis, zie je nu ook een soort ‘comeback of the state’. Wat eigenlijk helemaal geen comeback is, want de overheid is altijd daar. Zonder de staat zou ook de markt niet functioneren. In crisistijd wordt dat direct duidelijk. De markt is onvoldoende efficiënt op zichzelf. Het private belang staat het publieke belang te veel in de weg. Alleen de staat kan maatregelen nemen met de efficiëntie en de omvang die nodig is in een crisis als deze. Met name ook bij het overeind houden van bedrijven en het stimuleren van de markt.
Zoals bijvoorbeeld het overeind houden van bedrijven als KLM.

Door de staatssteun neemt ook de invloed van de overheid toe en dat zou volgens De Graaff aangewend moeten worden om publieke belangen op langere termijn veilig te stellen. “Natuurlijk moeten werknemers beschermd worden en is steun aan bedrijven en ondernemers in deze crisis broodnodig. Maar je zou als staat ook bepaalde voorwaarden kunnen stellen aan die hulp. Als je de luchtvaart steunt met miljarden aan publiek geld, dan moet je daar ook voorwaarden aan stellen in het publieke belang, zoals het behalen van de afgesproken klimaatdoelen.”