Lang leve de snackcultuur!

Pizza, Pannenkoeken en Patat. De snackbarcultuur in Nederland is nog steeds ongekend populair, ondanks de opkomst van superfoods, groente goeroes en gezonde snack alternatieven. “Ongezond eten is een onlosmakelijk onderdeel van de Nederlandse eetcultuur”, aldus antropoloog Irene Stengs.

10-02-2020 | 13:10

Stengs is geïnteresseerd in de populariteit van ongezond eten in Nederland. “Het is eigenlijk een zijtak van een onderzoek naar een ander typisch en weinig onderzocht Nederlands fenomeen: de braderie. Tijdens mijn onderzoek viel het mij op dat wanneer ik iets wilde eten op een braderie, er geen andere opties werden geboden dan ‘frituur’. Dat is heel anders dan bijvoorbeeld op jaarmarkten in het Verenigd Koninkrijk of Frankrijk, waar dit juist gelegenheden zijn om allerlei lokale specialiteiten te tonen.”

Snackbar-eten is volgens de antropologe een vanzelfsprekend onderdeel van de Nederlandse eetcultuur. “Ik beschouw het als een ‘institutie’. Iedereen groeit ermee op. Elk dorp heeft wel een snackbar. Toch zit er een paradoxale kant aan deze eetcultuur: enerzijds is het heel alledaags eten, maar tegelijkertijd is het ook het eten van kinderfeestjes, zondagen en festivals, kermissen of pretparken. Ik noem dat de feestelijke alledaagsheid van de Nederlandse fastfood cultuur.”

Wie naar de populaire cultuur van het koken kijkt, ziet niet de populariteit van een kapsalon, frikandel speciaal of een frietje oorlog. Ongezond eten is kennelijk lekker eten. Sterrenchefs die het schoppen tot BN’er, kookprogramma’s met culinaire hoogstandjes en gelikte kookboeken met gezonde meesterwerken, ze houden Nederlanders niet uit de snackbar. “Interessant is dat de Nederlandse fastfoodcultuur wel meebeweegt met allerlei andere ontwikkelingen in de samenleving, zoals de opkomst van een broodje kebab, de kapsalon, de kroket van Black Angus ragout, de vegan snackbar of de chiquere Fritique”, aldus Stengs. 

Voor wie wil weten hoe alledaags het Nederlandse fastfood-eten is, neem maar eens een kijkje in de eigen supermarkt. Stengs telde bij de supermarkt bij haar om de hoek wel zestig soorten pizza’s, waaronder naast Italiaanse ook Turkse, Amerikaanse en minipizza’s. “De diepvrieskast heeft twintig soorten friet, er staat een kast met 21 meter aan ijs, veertien meter aan producten van Mora en dan slechts zeven meter diepvriesgroente. Dit laat zien dat ondanks het groeiend bewustzijn van het gevaar van obesitas en vet eten of het belang van gezond eten, de ratio maar een kleine rol speelt in dit geheel. Juist herinneringen en emoties sturen wat mensen doen en lekker vinden. Er zijn al mensen die de frietkraam, of de snackbar met al die kenmerkende verschillende frituursels als Nederlands erfgoed beschouwen.”  

Irene Stengs is hoogleraar Antropologie van Ritueel en Populaire Cultuur aan de Vrije Universiteit Amsterdam en als onderzoeker verbonden aan het Meertens Instituut.