De netwerksamenleving



Ouderen zijn afhankelijk van hun netwerk om niet te vereenzamen, jongeren kunnen zich geen leven voorstellen zonder Facebook en organisaties zetten hun netwerken strategisch in, bijvoorbeeld voor naamsbekendheid. Hoe beïnvloeden de netwerken waar je toe behoort je gedrag en identiteit? Welke verbindingen hebben ouderen nog met de maatschappij? Waarom zijn sociale netwerken en nieuwe media zo populair? Communicatie- en organisatiewetenschappers, antropologen en sociologen doen er onderzoek naar.

Persoonlijke netwerken van ouderen


Veel mensen worden op latere leeftijd weduwe of weduwnaar of krijgen gezondheidsproblemen. Sociologen aan de VU onderzoeken in de Longitudinal Aging Study Amsterdam het belang van sociale netwerken in deze periode van het leven.

Het blijkt heel belangrijk te zijn om al eerder in het leven te investeren in persoonlijke relaties, omdat het netwerk kan fungeren als 'mantel' en de belangrijkste bron van steun en zorg vormt in moeilijke tijden. Zo geven kinderen en vrienden een oudere na het verlies van de partner een tijdje extra steun, waardoor de oudere minder lang eenzaam is.

Het netwerk van relaties kan zich ook ontplooien tot een zorgnetwerk als de oudere langdurige gezondheidsproblemen krijgt. De partner en volwassen kinderen ontfermen zich dan samen met vrienden en buren over de oudere. Hoe persoonlijke netwerken zich ontwikkelen in de latere levensfase en of ze ook daadwerkelijk de steun geven die men dan nodig heeft, zijn onderwerpen van onderzoek bij de afdeling Sociologie van de VU.

Hindoestanen in de Indiase diaspora


Zowel in Suriname als in Nederland wonen mensen van Indiase origine: de Hindoestanen. Het zijn de nakomelingen van Brits-Indische contractarbeiders die in de periode 1873-1916 van Noord India naar Suriname vertrokken, om te werken op plantages. Onderzoek van de antropoloog Ellen Bal toont aan dat de betekenis van India voor de Hindoestaanse gemeenschappen in Suriname en Nederland allerminst eenduidig is.

Jonge Hindoestaanse Nederlanders die zich willen onderscheiden van andere Nederlandse jongeren, zien bijvoorbeeld in het succesvolle “shining India” een aanlokkelijk referentiepunt. Maar ze hebben ook gemengde gevoelens over India, dat zich graag als oermoederland presenteert, maar zichzelf in dit proces vaak (on)bedoeld een superieure positie toebedeelt door authenticiteit te claimen.

  • Persoonlijke pagina Ellen Bal
  • Onderzoeksprogramma Sociale en Culturele Antropologie: Constructing human security in a globalising world

Groepsnormen bepalen gedrag


Hoe mensen in een organisatie staan, kan het best onderzocht worden door ook de informele netwerken van werknemers mee te nemen en niet alleen de formele organisatiestructuren, zoals een afdeling. Dat is het uitgangspunt van een van de onderzoeksprogramma’s van de afdeling Organisatiewetenschappen. Onderzoeker Dick de Gilder zegt in een interview op deze website: “Mensen handelen veel minder vanuit een autonome vrije wil en persoonlijkheid dan vanuit de normen van de eigen groepen.” Ook op het werk.

  • Persoonlijke pagina Dick de Gilder
  • Onderzoeksprogramma Organisatiewetenschappen: Organisaties en Processen van Organiseren in de Samenleving
  • Interview: 'Eigenbelang is niet aan de orde'
  • Boek: Je werkt anders dan je denkt

Samenwerking tussen parlementen in Europa


In het kader van het Europese project Reconstituting Democracy (RECON) doet dr. Ben Crum onderzoek naar de coördinatie tussen parlementen in de Europese besluitvorming en de implicaties die dit heeft voor ons begrip van volkssoevereiniteit in een geïnternationaliseerde politieke context. 

De stelling die Crum onderzoekt, is dat parlementen in Europese besluitvorming niet fungeren in een strikte hiërarchische orde en evenmin als een volkomen flexibel netwerk. In plaats daarvan stellen hij en John Erik Fossum (Universiteit van Oslo) voor om parlementen in de EU te beschouwen als een meerlaags parlementair ‘veld’ waarin alle partijen weliswaar betrokken zijn bij één en hetzelfde besluitvormingsproces, maar verschillende rollen en verschillende machtsposities bekleden.

Dit perspectief leidt tot nieuwe vragen. Hoe maken parlementen gebruik van elkaars expertise? Waarom hebben sommige parlementen of partijen meer invloed in het ‘veld’ dan anderen? Aan de hand van welke criteria kunnen we vaststellen of het veld in zijn geheel voldoet aan de vereisten van vertegenwoordigende democratie en politieke gelijkheid? Het RECON-project maakt het mogelijk voor dit onderzoek nauw samen te werken met internationale partners en bovendien twee jaar lang een postdoctoraal onderzoeker aan te stellen: dr. Eric Miklin.

 

De aantrekkingskracht van steun via internet


De anonimiteit, het feit dat je moet typen in plaats van praten en de mogelijkheid om je netwerk uit te breiden zijn drie eigenschappen van gezondheidsforums die de gebruikers ervan aantrekken. Martin Tanis ontdekte in zijn onderzoek dat mensen die lijden aan een gestigmatiseerde ziekte vooral de anonimiteit waarderen, terwijl mensen die minder mobiel zijn meer hechten aan een uitbreiding van hun netwerk. 

  • Persoonlijke pagina Martin Tanis
  • Onderzoeksprogramma van Communicatiewetenschap: Communication Choices, Content and Consequences: new media, new methods.