FSW-onderzoeksprijzen

Onderzoeksprijzen

De Johannes van der Zouwen masterthesisprijs beoogt kwalitatief hoogstaand empirisch onderzoek op het brede terrein van de sociale wetenschappen te vergroten. Inhoudelijk gezien is er geen beperking aan een gekozen thema van onderzoek. Masterstudenten aan de Faculteit der Sociale Wetenschappen komen in aanmerking voor inzending. Vanuit elke opleiding wordt er jaarlijks een kandidaat voor de masterthesisprijs aangedragen. De masterthesis moet beoordeeld zijn met minimaal een acht en maximaal één jaar voor de indieningsdatum zijn afgerond en beoordeeld.

De genomineerden voor de FSW Johannes van der Zouwen Masterthesisprijs 2018

Lisa Ausic

Lisa Ausic (Social and Cultural Anthropology): For the Goddess’ sake: Pagan Goddes worship and environmental practices in Glastonbury
In deze thesis onderzoekt Lisa hoe Godin-aanbidding het dagelijks leven van Paganisten in Glastonbury vormgeeft en hoe dit bijdraagt aan hun milieupraktijken. De thesis is een etnografisch onderzoek dat de inconsistenties traceert tussen gedragingen en religieuze wereldbeschouwingen van de Paganisten. Lisa volgt in het bijzonder hoe religieuze praktijken in het algemeen zijn afgestemd op het milieubewustzijn, maar hoe de Paganisten tegelijkertijd de neiging hebben af te wijken van wat zij geloven als ze persoonlijke troost zoeken. Door middel van assemblage-denken, gekoppeld aan de notie van subjectiviteit, wordt getoond hoe Paganisme een groter netwerk vormt dat bestaat uit meerdere, interactieve componenten. Lisa bouwt voort op het idee van strategieën en tactieken, en ontleed daarmee de toegeëigende, constitutieve elementen van dit netwerk in het dagelijkse leven en laat zien hoe schijnbaar alledaagse zaken van het leven heilig lijken voor de Paganisten. In het bijzonder richt ze zich op milieupraktijken als een vorm van aanbidding binnen dit grotere netwerk door aan te tonen hoe religieuze en milieupraktijken elkaar aanvullen en samen bijdragen aan de praktijken van aanbidding van de Godin. Er wordt bovendien geconcludeerd dat de elementen van het Paganismenetwerk niet met elkaar verbonden zijn in een stabiele en consistente stroom, waardoor mensen altijd kunnen "kiezen" tussen de componenten van het netwerk. Deze vloeibaarheid stelt hen in staat om gemak boven milieuaangelegenheden te prioriteren en een religieuze praktijk te ontwikkelen die mogelijk inconsistent is met hun overtuigingen.

Ruud Fiers

Ruud Fiers (Sociologie): Means to an End. The framing of gender and sexuality by online followers of two radical right parties in the Netherlands
De rol van gender- en seksualiteitskwesties in radicaal rechtse claims behoeft meer systematisch onderzoek. We kennen de inhoud van politieke claims van het partijleiderschap, maar hoe denken en praten hun volgers over gender en seksualiteit? De innovatieve mixed-methodanalyse van Facebookcomments van PVV- en FvD-volgers levert een inconsistent en paradoxaal beeld op. Enerzijds worden kwesties omtrent vrouwen en homo’s (zoals vrouwenemancipatie en homorechten) toegeëigend en ‘verdedigd’, maar uitsluitend genoemd in anti-Islam-/immigratie retoriek. Deze kwesties functioneren als een manier om mannelijke moslims en immigranten en islam, te problematiseren, en tegelijkertijd vrouwen van Nederlandse afkomst, moslimvrouwen en homo’s tot slachtoffer te reduceren. Online PVV-volgers gebruiken dit type framing vaker. Anderzijds worden progressieve gender kwesties (zoals feminisme en gendergelijkheid, transgender, diverse genderidentiteiten en genderneutraliteitsbeleid) aangevallen en roepen conservatieve reacties op. In het bijzonder online FvD-volgers zijn negatief over deze kwesties en over ‘progressiviteit’ in algemene zin.

Sjors Houtveen

Sjors Houtveen (Communicatiewetenschap): Nostalgic product placements in narrative media
In deze studie is onderzocht in hoeverre nostalgische product placements in narratieve media (films en series) meer invloed hebben op merkbeoordelingen en kijkgenot dan niet-nostalgische product placements. Om dit te onderzoeken is een 2x2-experimenteeltussenproefpersonendesign waarin 2 (setting: huidig en nostalgisch tijd) en 2 (product: huidig en retroproduct) gebruikt. Om te controleren voor producttype en om de onderzoeksresultaten te generaliseren is een replicatiefactor 2 (denimkleding en draagbare muziekapparaten) toegevoegd. In totaal hebben 390 participanten uit verschillende landen (80 procent afkomstig uit Amerika) de volledige survey ingevuld en hebben een van de acht clips (echte scene tussen 1.5 – 3 minuten) volledig gezien. De resultaten laten zien dat retro productplaatsingen op een positievere manier worden geëvalueerd dan huidige productplaatsingen. In deze studie is de rol van nostalgie in een product placement-context onderzocht, waar in de literatuur nog weinig over bekend was.

Judith Jansen

Judith Jansen (Bestuurskunde): Normalisatie van arbeidsbeperkten: betekenisoptie of hegemonisch discours?
De invoering van de Participatiewet (P-wet) op 1 januari 2015 betekende voor mensen met een arbeidsbeperking dat het kabinet Rutte II hen vroeg mee te doen in de maatschappij door (meer) te gaan werken in reguliere banen. Volgens de policy design theory speelt taal en in het bijzonder discours in deze zogeheten ‘normalisatie’ van arbeidsbeperkten richting onafhankelijke, zelfredzame burgers een belangrijke rol: het legitimeert beleid en beïnvloedt het denken en gedrag van zowel de beleidsdoelgroep als de omgeving. De discourstheorie van Laclau en Mouffe helpt deze sociale constructie van arbeidsbeperkten te deconstrueren. In tegenstelling tot de discourstheorie die stelt dat er na strijd één discours hegemonisch zal worden, blijkt dat er in het geval van de P-wet sprake was van pluriforme articulaties van de floating signifiers ‘sociale zekerheid’, ‘volwaardig meedoen’ en ‘beperking’. De arbeidsbeperkte is daarmee (nog) niet volledig genormaliseerd, maar de ontwikkeling in deze richting is door de hervorming van de sociale zekerheid in de richting ‘van compensatie naar participatie’ samen met de emancipatie van gehandicapten van afhankelijke mensen naar zelfredzame burgers onmiskenbaar.

Sarah Kamphuis

Sarah Kamphuis (Beleid, Communicatie en Organisatie): (In)Formeel sociaal kapitaal als bron van een succesvolle online petitie, of toch niet?
Het ondertekenen van een online petitie is een veelgebruikte vorm van activisme (Laer & Van Aelst, 2004). Het opstellen en ondertekenen van petities is een tactiek voor activisten om invloed uit te oefenen op de organisatie (Den Hond & De Bakker, 2007; Laer & Van Aelst, 2004). Het blijkt echter dat een groot aantal handtekeningen op de online petitie geen verandering binnen de organisatie teweegbrengt (Kristofferson, White, & Peloza, 2014; Laer & Van Aelst, 2004). In dit onderzoek wordt de verklaring voor het slagen van de online petitie gezocht in het informele en het formele sociale kapitaal van de online petitionaris. Met gebruik van theorieën over sociale bewegingen, sociale netwerken en belanghebbenden van organisaties wordt onderzocht of informeel en formeel online sociaal kapitaal een invloed heeft op de kans op een positieve reactie van gemeenten op online petities, en hoe. Resultaten van dit onderzoek laten zien dat (1) het formeel sociaal kapitaal van de online petitionaris een negatieve invloed heeft op de kans op een positieve reactie van gemeenten op de online petities, en (2) het aantal handtekeningen een positief effect heeft op de kans op een positieve reactie van gemeenten op online petities.

Floor van Schie

Floor van Schie (Culture, Organization and Management): ‘Nature is what happens behind the fences’
Hoe kan het dat lokale gemeenschappen hun natuurlijke omgeving als 'achter het hek' ervaren? Hoe komt het dat mensen buren zijn, maar hun werelden zo ver uit elkaar lijken liggen? In dit onderzoek wordt getracht de onderliggende dynamiek van de verschillende perspectieven op het lokale natuurbeheer in een Zuid-Afrikaans dorp inzichtelijk te maken. Vanaf de lokale markt worden de diversiteit en heterogeniteit van de gemeenschap in beeld gebracht, en daarnaast ook het gebrek aan lokale nuances in het ontwerp van de lokale natuurbeheerplannen. Het onderzoek toont aan dat een gebrek aan contact en een homogene kijk op 'de andere kant' de diversiteit aan blikken vereenvoudigt tot één, waardoor andere perspectieven zijn uitgesloten. Met haar onderzoek biedt Fleur een blik op deze waardevolle nuances en beargumenteert welke stappen kunnen worden ondernomen om een duurzaam partnerschap te creëren in de lokale bescherming en instandhouding van natuurgebieden.

Jasper Vlaanderen

Jasper Vlaanderen (Political Science): Creating unity to ensure support: Member states’ positions towards NATO after ‘Crimea’
Sinds het einde van de Koude Oorlog en het wegvallen van de Russische dreiging heeft er een continu debat plaatsgevonden over de rol die de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) zou moeten aannemen op veiligheidsgebied. Noetzel & Schreer (2009) lieten zien dat deze discussie de NAVO-lidstaten zelfs in verschillende kampen verdeelde, waarbij elk kamp een andere gedachte had over de rol van de NAVO in de 21e eeuw. De annexatie van de Krim door Rusland, vier jaar geleden, heeft de traditionele positie van NAVO ten opzichte van Rusland weer terug in de belangstelling gebracht. In de academische literatuur werd snel overeenstemming bereikt over de noodzaak voor NAVO om zich weer op Rusland te richten. De afzonderlijke posities van NAVO’s lidstaten zijn, tot dusver, echter niet meegenomen in die conclusie. Daarom onderzocht Jasper hoe de annexatie van de Krim de positie van lidstaten ten opzichte van de NAVO heeft veranderd. Hij past het theoretische model van Noetzel & Schreer toe in de analyse van beleidsdocumenten van negen lidstaten en laat zien dat de posities van die lidstaten ten opzichte van de NAVO naar elkaar geconvergeerd zijn, zonder daarbij uitsluitend een focus op de hernieuwde Russische dreiging te nemen: de brede veiligheidsrol die de NAVO na het einde van de Koude Oorlog had aangenomen, wordt juist bevestigd. Dit kan, opmerkelijk genoeg, het beste worden toegeschreven aan NAVO’s oostelijke lidstaten. Zij hebben hun posities over de veiligheidsrol van de alliantie verbreed, om zichzelf te verzekeren van steun van andere lidstaten in hun antwoord op de hernieuwde Russische dreiging. Deze bevinding geeft context aan het debat over NAVO’s veiligheidsrol en trekt de door realisten aangehouden notie dat staten uitsluitend allianties aangaan om tegen gezamenlijke dreigingen te balanceren in twijfel.

De FSW Dissertatieprijs beoogt kwalitatief hoogstaand empirisch onderzoek op het brede terrein van de sociale wetenschappen te vergroten. Inhoudelijk gezien is er geen beperking aan een gekozen thema van onderzoek. Deze erkenning verschaft een voorbeeld aan andere promovendi, stelt promovendi, afdelingen en de faculteit als geheel in staat om jaarlijks voorbeelden aan te dragen van excellent onderzoek en biedt mogelijkheden om het onderzoek van de faculteit aan de buitenwereld te communiceren. Voor toekenning van de FSW Dissertatieprijs komen alle FSW oud-promovendi in aanmerking die hun dissertatie in de afgelopen twee jaar aan de faculteit hebben verdedigd. Elke wetenschappelijke afdeling van FSW mag jaarlijks één kandidaat voordragen.

De genomineerden voor de FSW Dissertatieprijs 2018

Corné Dijkmans

Corné Dijkmans (Communicatiewetenschap): From monologues to dialogues: Interactivity in company social media use
De aanwezigheid van bedrijven op social media (zoals Facebook en Twitter) en hun interactiviteit op deze online platforms is de afgelopen jaren sterk toegenomen. Online media zijn een onontbeerlijk element geworden in de communicatiemix van bedrijven maar vormen ook een risico, o.a. door hun openbare karakter. In deze dissertatie worden de effecten onderzocht van het socialmediagebruik door bedrijven op hun relaties met consumenten. Het proefschrift laat zien dat online interactiviteit van bedrijven – via online engagement van consumenten – positief kan bijdragen aan het verbeteren van de bedrijfsreputatie, bij klanten maar met name bij niet-klanten. De relaties met consumenten zijn daarbij nog verder te versterken als bedrijven in hun socialmedia-activiteiten een menselijke conversatiestijl gebruiken, waarin onder andere begrip wordt getoond voor andermans standpunt, en eventuele fouten worden toegegeven. Deze dissertatie biedt nieuwe theoretische en praktische inzichten en kan bijdragen aan het optimaliseren van de communicatiestrategieën van bedrijven.

Marike van der Velden

Mariken van der Velden (Bestuurskunde en Politicologie): Political “Frenemies”: Party strategies, electoral competition & coalition cooperation
De overgrote meerderheid van de regeringen die na verkiezingen gevormd worden, zijn coalitieregeringen waarin twee of meerdere partijen samenwerken. Het is vaak zo dat de beleidsvoorkeuren van kiezers en die van toekomstige en/of huidige coalitiepartners uiteenlopen. Partijen in een coalitieregering moeten dan afwegen of het zijn van vriendjes met de coalitiepartner(s) opweegt tegen het zijn van concurrenten. Het resultaat van deze afweging bepaalt de communicatiestrategie van de partij. In de huidige literatuur over (veranderingen in) partijcommunicatie worden deze afwegingen die partijen in coalitieregeringen dienen te maken niet meegenomen. In deze dissertatie, bevraagt en beantwoordt Mariken hoe coalitiedeelname en toekomstige coalitie-overwegingen de partijen beïnvloeden om hun communicatie te veranderen door bestaande theorieën over partijconcurrentie te verfijnen. Aan de hand van nieuwe gegevens en innovatieve empirische strategieën laat ze de verschillen in communicatiestrategieën tussen overheid en oppositiepartijen zien en vervolgens toont ze aan dat deze verschillen voortkomen uit het anticiperen van partijen op coalitieparticipatie.

Thijs Willems

Thijs Willems (Organisatiewetenschappen): 'Monsters' and 'Mess' on the Railways: Coping with Complexity in Infrastructure Breakdowns
Infrastructuren bestaan uit de structuren en gebouwde constructies die vorm geven aan hoe we ons bewegen, communiceren, spullen opbergen en rotzooi opruimen, zaken (ver)kopen, distribueren, organiseren, etc. Ze zijn zo fundamenteel voor ons dagelijks leven dat zo doorgaans onzichtbaar en op de achtergrond van de maatschappij opereren. Pas wanneer infrastructuren verstoord raken komen ze tot ons als iets betekenisvols dat we moeten onderzoeken. Deze etnografie over het Nederlandse spoorsysteem laat zien dat het problematisch is om onderscheid te maken tussen een goed functionerende en een verstoorde infrastructuur. In tegenstelling, het beargumenteert dat we infrastructuur moeten begrijpen als een proces waarin verstoringen en het reparatiewerk van deze verstoringen bepalen hoe infrastructuur is. Aan de hand van een analyse van verschillende verstoringen op het spoor, van alledaagse tot dramatische, laat dit proefschrift zien wat de kern van verstoringen is: hun complexiteit. Twee verschillende varianten van complexiteit komen aan de orde: een waarin complexiteit als een vijand naar voren komt die moet worden getemd en gemanaged, en een waarin spoorpersoneel complexiteit omarmt en er op een praktische manier mee om gaat. Uiteindelijk blijkt dat wat daadwerkelijk verstorend is niet om de verstoring zelf draait, maar om de manier waarop de twee varianten van het omgaan met complexiteit interrelateren en hoe deze relatie zich in de praktijk ontspint.

Arjen de Wit

Arjen de Wit (Sociologie): Philanthropy in the welfare state: Why charitable donations do not simply substitute government support
In het publieke debat is vaak de wens te horen voor een overheid die minder initiatief neemt, minder regels maakt en minder geld uitgeeft. Hierbij is de verwachting dat buren, vrijwilligers en donateurs de gaten kunnen vullen die de overheid achterlaat. Maar is dat ook zo? Deze dissertatie laat zien dat overheidsbezuinigingen niet zomaar leiden tot hogere particuliere giften aan maatschappelijke organisaties. Donateurs zijn zich vaak helemaal niet bewust van alle overheidsuitgaven, deels vanwege selectieve berichtgeving in de media. Organisaties kunnen zo’n twintig procent meer donateurs werven door expliciete informatie te geven over teruglopende overheidsbezuinigingen, maar dat gaat deels ten koste van andere organisaties. Veel huishoudens hebben een beperkt budget beschikbaar voor hun totale giften waarbinnen ze hun goede doelen kiezen. Zo leiden overheidsbezuinigingen eerder tot een herverdeling van filantropische giften dan tot een algehele toename.

De FSW onderzoeksprijs heeft tot doel om de meest aansprekende, veelbelovende en originele onderzoeksprestaties voor het voetlicht te brengen. Deze erkenning stimuleert de genomineerden om op dezelfde weg door te gaan, verschaft een voorbeeld aan andere onderzoekers, stelt de afdelingen en de faculteit als geheel in staat om tweejaarlijks voorbeelden aan te dragen van onderzoek dat bij uitstek bijdraagt aan het volbrengen van de missie van de faculteit en biedt mogelijkheden om het onderzoek van de faculteit aan de buitenwereld te communiceren. Voor toekenning van de FSW Onderzoeksprijs komen alle FSW-onderzoekers in aanmerking, ongeacht functie en taak. Voor de toekenning van de FSW Onderzoeksprijs komen niet in aanmerking: a) personen die deel uitmaken van de jury; b) personen die de FSW onderzoeksprijs in de voorgaande 5 jaar reeds hebben ontvangen. Elke wetenschappelijke afdeling van FSW mag tweejaarlijks één kandidaat voordragen.

Winnaar 2017: Johan Hoorn (Communicatiewetenschap)

Johan Hoorn

Hoorn’s unconventional career path reflects his ambitions to do pioneering research in the social sciences and computer science. He broke new ground in communication science, illustrated by the publication Here Comes the Bad News: Doctor Robot Taking Over. His work raised world-wide attention for social robotics as a solution to eldercare with the documentary Alice Cares. The research project received a multi-million OCW grant and was awarded the NWO/KNAW Eureka prize. Hoorn founded the Social Robotics Popup Lab (www.robopop.nl) for citizen science, regularly consulted by bodies such as the Senate of the Netherlands, the Council for Public Health and Society (RVS), or the Japanese government (i.e. Innovation Network Corporation of Japan). For the Robot Brain Server that runs Alice 2.0, he was awarded a Microsoft Azure4Research Award. Alice 2.0 is the flagship project of Deloitte Impact Foundation for which Deloitte currently establishes a joint venture with VU. His work changed the way people think about social robots.

Overige genomineerden 2017

Maurice Crul
Maurice Crul (Sociologie) - Het onderzoek van Maurice Crul zal worden uitgevoerd in drie havensteden (Rotterdam, Antwerpen en Malmo) en drie handelssteden (Amsterdam, Frankfurt en Wenen). Het belangrijkste doel van het project is antwoord te krijgen op de vraag: Hoe gaan mensen van ‘native’ Nederlandse afkomst om met het verworden tot minderheid in de meerderheid-minderheid context van de stad. In een stad als Amsterdam is tegenwoordig slechts een van de drie jongeren onder de vijftien jaar van Nederlandse afkomst. Deze situatie, in de literatuur aangeduid als de ‘meerderheid-minderheid’ context, is een nieuw, snel groeiend fenomeen in West-Europa. Het hedendaagse debat over migratie in Europa vereist meer inzicht in de integratie van alle groepen, waaronder de mate waarin groepen veranderen van een meerderheid in een minderheid. Deze wetenschappelijke en maatschappelijke ontwikkelingen vormden de basis voor het onderzoeksprogramma BAM (Becoming a Minority). Crul kreeg voor BAM de ERC Advanced Grant. Nog voor de start kreeg het BAM project al veel aandacht in de nationale en lokale media.

Dimitrios Dalakoglou
Dimitris Dalakoglou (Sociale Antropologie) – Dalakoglou studies infrastructures anthropologically for over 12 years now, helping us understand how socio-cultural and political contexts are making infrastructures rather than the other way around. He started by studying infrastructures as a Staterun project (‘An Anthropology of the Road’ funded from IKY and Marie Curie Fellowship), then he studied infrastructures as a Private-Public Partnership project (with the project ‘Crisis-scapes’, funded from an ESRC Future Research Leaders) and currently with his project Infra-Demos he is studying infrastructures as commons aiming to change the ways we understand and theorise infrastructures (infra-demos is funded from an NOW-VIDI Innovative Research Grant).

Alfons van Marrewijk
Alfons van Marrewijk (Organisatiewetenschappen) - Van Marrewijk’s research gives special attention to the unpredictable and untamed nature of the underground in the inter-organizational decision-making over infrastructure networks. Urban areas are complex constitutions of social, natural and technological worlds in which critical infrastructures such as road, rail, airports and water-, electricity- and gas-networks are crucial for the wellbeing of modern citizens. Collaboration between the operators of these infrastructures is highly promising in order to create responsive and flexibility networks. The aim of the study is to explore examples of successful inter-organizational collaboration and institutional arrangements for the governance of subsurface networks. By analyzing the dynamics of the socio-technical networks and the inter-organizational collaboration we can identify the possibilities of a more adaptive decision making process, to be implemented in governance procedures of network operators. The study helps our research partners Rijkswaterstaat, ProRail, Schiphol, Liander, Vitens, KPN and Harbor Rotterdam to materialize the full potential of synergy by facilitating a transformation towards more effective, joint decision-making.

Ronald van Steden
Ronald van Steden (Bestuurswetenschap en Politicologie) – Ronald van Steden doet onderzoek naar vraagstukken rondom politie en veiligheid. In zijn werk staan verschillende perspectieven centraal, waarbij de rode draad is hoe veiligheid te organiseren in een samenspel tussen verschillende partijen. Hoewel zijn onderzoek nationaal en lokaal is ingebed en regelmatig plaatsvindt in nauw contact met de werkvloer (beleidsmakers en street-level professionals) zijn de hieruit voortkomende wetenschappelijke publicaties gericht op internationale debatten, theorievorming en vergelijkingen. Van Steden richt zich specifiek op de verhouding tussen de politie, particuliere beveiligers en gemeentelijke handhavers, waarbij hij in nog breder verband kijkt naar veiligheidsnetwerken.