Publicaties van onderzoeksprojecten ISR

Binnen het Institute for Societal Resilience verrichten onderzoekers multidisciplinair onderzoek naar complexe maatschappelijke vraagstukken. De publicaties van onderzoeksprojecten die zijn opgenomen in de etalage geven een beeld van de grote verscheidenheid aan onderwerpen waar onze wetenschappers zich vanuit de thema’s en expertiselabs mee bezig houden.

Meer informatie over de wetenschappers die bij onze faculteit werkzaam zijn, zoals hun meest recente publicaties, vindt u in de nieuwe Research Portal van de VU. Heeft u specifieke vraag en zoekt u een expert? Neem dan contact op met de afdeling Persvoorlichting.

In de etalage

Een onderzoek naar diversiteit in werkwijzen en kansen in de Nederlandse en Vlaamse context

De afgelopen jaren is Europa het toneel geweest van meerdere terroristische aanslagen. Daarbij waren vooral ‘soft targets’ het doelwit: open plaatsen waar grote groepen mensen komen en die moeilijk te beveiligen zijn. Voorbeelden zijn winkelgebieden, voetbalstadions, openbaar vervoer en musea. De verscheidenheid aan mogelijke doelwitten en de diversiteit aan potentiële daders zorgen voor een diffuse dreiging. Publiek-private samenwerking (PPS) bij het bewaken en beveiligen van ‘soft targets’ vindt zowel op nationaal als op lokaal niveau plaats. Het doel van dit onderzoek is om inzicht te krijgen in de relevante werkwijzen en ervaringen met betrekking tot PPS bij het bewaken en beveiligen van ‘soft targets’ in tijden van (toenemende) diffuse dreiging. In het onderzoek komen drie cases aan de orde, de Johan Cruijff ArenA, de Nijmeegse Vierdaagse en het Diamantkwartier in Antwerpen. Deze drie cases zijn gekozen vanwege PPS op lokaal niveau die verder gaat dan camerabewaking, training en/of geringe informatieoverdracht vanuit de overheid.

Naar aanleiding van enkele zorgelijke geluiden vanuit de organisatie van de (vrijwillige)brandweer heeft de SMV de VU gevraagd zich te verdiepen in vooral de werkbeleving van brandweervrijwilligers binnen de context van een veranderende organisatie en samenleving.
Voor het onderzoek hebben zes studenten 56 voornamelijk brandweervrijwilligers bij zes brandweerposten geïnterviewd.
Dit heeft geresulteerd in het rapport ‘Een solide basis. De praktijk en werkbeleving van brandweervrijwilligers in Nederland’, door Ronald van Steden, Mauro Boelens, Anthonie Drenth en Leonore van den Ende.

Veel jongeren in Nederland hebben te maken met zieke naasten, zoals een zieke ouder, broer of zus, of vriend. Onder hen is een groep die deze zorg combineert met het volgen van een studie. Er is weinig bekend over deze groep studenten, wie zij zijn en welke gevolgen de combinatie van studie en mantelzorg kan hebben.
Het factsheet “Gezondheid- en studieuitkomsten bij mantelzorgende studenten” dat vandaag verschijnt besteed aandacht aan deze groep jongeren en geeft inzicht in de mogelijke gevolgen op het gebied van gezondheid en studie. Het betreft een samenwerkingsproject tussen VU, SCP en het Bureau Studentenartsen Amsterdam. Dit onderzoek is uitgevoerd in het kader van het project ‘Expertiselab Jonge Mantelzorgers’ dat deel uitmaakt van de Startimpuls JOIN (Jongeren in een veerkrachtige samenleving. Naar nieuwe arrangementen voor inclusiviteit en participatie).

Voor meer informatie over het factsheet of over het project kunt u contact opnemen met Ingrid van Tienen of met Alice de Boer.

Een functioneel onveiligheidsgevoel (over waakzaamheid en routinevoorzorg onder GVB-reizigers en handvatten ter verbetering) is een adviesonderzoek uitgevoerd in opdracht van GVB,  door Veiligheidskundige Remco Spithoven, met medewerking van onderzoekers Sarah Ebrahem en Niels Kok.

In de algehele waardering van reizigers speelt het gevoel van veiligheid een belangrijke rol. Om dit gevoel onder GVB-reizigers zo optimaal mogelijk te krijgen, wil het Amsterdamse vervoersbedrijf veel personeel en middelen inzetten. In dit verdiepende onderzoek wordt er gekeken naar invloeden op het veiligheidsgevoel van GVB-reizigers, en mogelijkheden om dit gevoel positief te beïnvloeden.  

In het adviesrapport wordt door middel van literatuur- als respondentenonderzoek psychologische en gedragsmatige processen omtrent veiligheidsbeleving besproken. In de verklarende statistieken werd vooral duidelijk dat gevoelens van onveiligheid in het Amsterdamse openbaar vervoer vooral drijven op risicoschattingen in combinatie met risicogevoeligheid van GVB-reizigers. Daarmee komt de door de onderzoekers onder aangetroffen GVB-reizigers aangetroffen onveiligheidsbeleving neer op een functioneel onveiligheidsgevoel: een functionele zorg over de potentiele dreiging van criminaliteit welke motiveert tot waakzaamheid en routinevoorzorg.

Het onderzoek wijst dus uit dat de onveiligheidsgevoelens die onder de GVB-reizigers leven, verre van een dysfunctionele angst zijn die de kwaliteit van het leven negatief beïnvloeden. Met deze bevindingen geven de onderzoekers een aantal aanbevelingen, waaronder het inzetten van zichtbaar GVB-personeel op locaties en tijdstippen waar behoefte aan is.

Een functioneel onveiligheidsgevoel


Meer publicaties

Wie zorgt voor degenen die zorgen? Naar een betere mantelzorgondersteuning is een rapport van een pilotonderzoek over mantelzorgondersteuning die verscheen in maart 2018, met bijdragen van FSW-onderzoekers Bianca Suanet (Sociologie), Marieke van Wieringen (Organisatiewetenschappen), Alice de Boer (Sociologie en het Sociaal en Cultureel Planbureau), Bianca Beersma (Organisatiewetenschappen) en Olivier Taverne (Sociologie).

Het pilotonderzoek heeft als doel een eerste inzicht te geven in hoe mantelzorgers de huidige mantelzorgondersteuning ervaren en hoe zij graag zouden willen dat het georganiseerd wordt. Ook wordt in het rapport gekeken hoe het staat met de veerkracht en de rol van zorgorganisaties en hun personeel als het gaat om mantelzorgondersteuning. Om het mantelzorgondersteuning vraagstuk vanuit verschillende kanten te belichten zijn er mantelzorgers, zorgprofessionals en zorgmanagers geïnterviewd.

Het streven naar een participatiesamenleving waarbij mantelzorgers een steeds belangrijkere rol spelen in het zorgproces, vraagt om meer aandacht voor de ondersteuning van deze groep. Tot op heden zijn zorgorganisaties met name gericht op zorgontvangers. In 2016 was al een op de tien mantelzorgers overbelast (o.a. De Klerk, 2017) en dit zou in de nabije toekomst verder kunnen toenemen als het participatiesamenlevingsbeleid meer gemeengoed wordt. Een alternatieve uitkomst zou echter zijn als ondersteuning voor mantelzorgers zodanig geregeld zou kunnen worden dat zij zorg kunnen geven aan hun naasten zonder teveel belasting te ervaren. Dat zou de veerkracht van deze groep en de samenleving als geheel sterk ten goede komen.

Een viertal kernbevindingen komen naar voren uit dit pilotonderzoek. Ten eerste hebben mantelzorgers vaak moeite om expliciet aan te geven wat helpend is voor zichzelf; dit zou in het zorgproces vaker nadrukkelijk nagevraagd en bediscussieerd moeten worden. Ten tweede geven mantelzorgers aan dat hun wensen, meningen en belangen vaak niet worden meegenomen in het zorgproces. Professionals en managers nemen in de regel de zorgontvanger als voornaamste uitgangspunt en de mantelzorger zelf voelt zich vaak bezwaard ten opzichte van de zorgontvanger om aan te geven dat de mantelzorg zwaar is en meer (mantel)ondersteuning nodig is. Ten derde beschouwen mantelzorgers, meer dan de professionals, de mantelzorgondersteuning en de ondersteuning geboden door professionals aan de hulpbehoevende als een samenhangend geheel. De professionals zien deze twee vormen van ondersteuning veel meer als gescheiden werelden. Als laatste lijkt er sprake van enige spanning bij professionals tussen de ervaren verantwoordelijkheid voor het bieden van mantelzorgondersteuning (is het extra of is het een integraal onderdeel van het reguliere werk?) en de soms beperkte mogelijkheden die zij zien qua tijd en beschikbare kennis om deze mantelondersteuning ook daadwerkelijk goed te kunnen aanbieden.

De uitkomsten van de pilotstudie benadrukken dat het van groot belang is om de wensen, meningen en belangen van mantelzorgers een grotere rol te laten spelen in het beleid ten aanzien van mantelzorgondersteuning en het zorgproces als geheel. Het rapport geeft daarom naast een beschrijving van bovenstaande issues ook een reeks concrete aanbevelingen voor de praktijk, gebaseerd op onze bevindingen.

Wie zorgt voor degenen die zorgen? Naar een betere mantelzorgondersteuning

Kleurrijke zorg, een verkennende literatuurstudie naar culturele en seksuele diversiteit in de langdurige ouderenzorg is een nieuwe literatuurstudie met bijdragen van FSW-onderzoekers Hannah LeyerzapfSilvia KlokgietersMarjolein Broese van Groenou en Halleh Ghorashi.

De huidige plurale en vergrijzende samenleving vraagt om aandacht voor diversiteit in de langdurige ouderenzorg. Deze literatuurstudie richt zich enerzijds op het thema culturele diversiteit, en specifiek op migrantenouderen met Turkse en Marokkaanse achtergrond, en anderzijds, op seksuele diversiteit en LHBT-ouderen (oftewel lesbisch, homoseksueel, biseksueel, transgender) - een relatief onzichtbare groep in de zorg.

Het rapport geeft een state-of-the-art overzicht van onderzoek, beleid en praktijk op het gebied van culturele en seksuele diversiteit in de zorg. Gegevens worden besproken vanuit het perspectief van de gebruiker alsmede vanuit het perspectief van de organisaties. Een kernbevinding is dat migranten ouderen niet de zorg gebruiken die ze op grond van hun gezondheidsstatus nodig hebben. Voor de LHBT-ouderen geldt dat zij vrezen niet erkend te worden in zorgorganisaties. Vanuit zorgprofessionals is er veel behoefte aan informatie over afstemming van vraag en aanbod, en in welke mate zij specifiek (personeels-) beleid moeten ontwikkelen voor deze doelgroepen.

De studie benadrukt het belang van collectieve verantwoordelijkheid waarin professionals, sleutelfiguren en cliënten verder vorm geven aan diversiteitssensitief beleid, geeft een overzicht van de do's en don'ts voor het ontwikkelen en implementeren van dergelijk beleid, en formuleert vervolgvragen voor onderzoek en praktijk.

Kleurrijke zorg

Kleurrijke zorg, een verkennende literatuurstudie naar culturele en seksuele diversiteit in de langdurige ouderenzorg

PRECARIAT is a research project studying labour market deregulation in Europe focusing empirically on one of its most extreme cases: Greece.

With PRECARIAT, we aim to develop a broader definition of employment protection and aim to exceed the limitations that are imposed by most of the official measurements in order to evaluate the social effects of labour market restructuring policies.

Therefore, we aim to provide a novel series of qualitatively and quantitatively comprehensive indicators that take into account all the important social components of flexible labour markets.

The material is based on more than 100 interviews that were conducted in big urban centres and smaller peripheral cities in Greece regarding the transformations of labour market during the crisis.

The PRECARIAT website features forthcoming publications and additional information.


Het heruitvinden van democratie

(Foto van: Geraint Rowland)

“Nu willen we een democratie voor ons”. Dat zei een arme, inheemse Boliviaan, naar aanleiding van een vraag over de nieuwe inheemse regering die in 2006 aantrad. Het is een inspirerende tegenstrijdigheid. Het kán immers niet; democratie is er voor allen – of het is geen democratie. Maar de uitspraak onthult iets heel belangrijks: blijkbaar voelde deze Boliviaan zich tot nu toe geen deelgenoot van de democratie. Dat geluid klinkt ons in Nederland en Europa bekend in de oren.

Op dit moment is in Bolivia een zoektocht gaande naar nieuwe vormen van representatie en deliberatie, naar adequatere, meer cultuur-gevoelige overheidsinstituties en naar nieuwe vormen van – ook collectieve – democratische participatie. Antropoloog Ton Salman: "Het gaat soms gepaard met veel gekibbel en soms onfraaie politieke strijd, maar het is een proces dat mogelijk ook voor onze problemen rondom democratische legitimiteit relevant kan zijn. Dit omdat het gaat over de centrale vraag: hoe bouw je een democratie die a) recht doet aan lokale cultuur/culturen, b) de liberale (individuele) vrijheden garandeert en c) ook de rechten van minderheden een plaats kan geven."

Een steeds groter deel van de bevolking is ouder dan 65.  En iedereen wil zo lang mogelijk gezond en actief  blijven. Hoe gaan we daar mee om en wat hebben we daar voor nodig?

Onderzoekers van de Longitudinal Aging Study Amsterdam (LASA) van de VU en het VUmc doen in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport al 25 jaar onderzoek naar het functioneren van Nederlandse ouderen op fysiek, sociaal, cognitief en emotioneel gebied. Hierbij staan de onafhankelijkheid en levenskwaliteit van ouderen centraal. Wat is bijvoorbeeld de invloed van het sociale netwerk van ouderen op lichamelijke en geestelijke gezondheid? 

LASA onderzoekt ook de maatschappelijke gevolgen van het ouder worden, zoals de zorgbehoeften van ouderen. Omdat LASA periodiek dezelfde vragen stelt aan dezelfde groep mensen, kunnen de onderzoekers kijken naar trajecten van veroudering in een veranderende maatschappelijke context. Epidemiologen, sociologen, gezondheidswetenschappers en artsen werken hierin nauw samen om de vele aspecten van het ouder worden in beeld te krijgen.

Er zijn veel aanwijzingen dat de gezaghebbende en institutionele kaders van de islam in Europese landen momenteel onder druk staan om te veranderen. Initiatieven voor het opzetten van religieuze onderwijsinstituten in Nederland of het ontwikkelen van organisatorische structuren buiten etnische scheidingslijnen wijzen in deze richting. Ook het snel toenemende aantal 'nieuwe' onafhankelijke predikers, die bijzonder populair zijn bij jonge moslims, zijn een aanduiding van deze verandering. Er zijn verschillende lokale initiatieven door heel Nederland die laten zien hoe bepaalde elementen van de islamitische wet in de Nederlandse samenleving kunnen worden toegepast. Binnen dit project, Making Islam Work in the Netherlands, stelt antropoloog Thijl Sunier de vraag: Hoe worden deze veranderingen verder toegepast en hoe wordt het concept van de ‘gewone moslim’ toegepast in de ontwikkeling van de dogmatische dimensies van de islam? Het project probeert deze ontwikkelingen expliciet te analyseren vanuit het perspectief van 'gewone moslims'. Het uitgangspunt is de verschuiving van moslims als migratiegemeenschap naar moslims als integraal onderdeel van de Nederlandse samenleving.

Veerkrachtige zorgprofessionals

(Foto van: myfuture.com)

‘Er wordt ons zoveel afgenomen! Ik voel me opzij gezet en ondergewaardeerd.’ - Verzorgende IG, thuiszorg

De hervorming van de langdurige zorg heeft het beroep van verzorgenden in de thuiszorg aanzienlijk veranderd. Verzorgenden ervaren beperkingen in het uitoefenen van invloed en oplossen van knelpunten. Dat is zorgelijk, omdat verzorgenden nu en in de toekomst het grootste aandeel in de zorg thuis (zullen) leveren. Alleen als zij veerkrachtig zijn, kunnen ze bijdragen aan de onafhankelijkheid en veerkracht van cliënten en hun omgeving – doel van het huidige overheidsbeleid. Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland organiseert daarom een ‘Leiderschapstraject voor verzorgenden in de wijk’. Het doel: empowerment, grotere invloed, zichtbaarheid en erkenning van deze beroepsgroep. Een multidisciplinair team VU-onderzoekers gefinancierd door ZonMw onderzoekt de opbrengsten van dit traject. “Dit onderzoek zal zorgen voor meer inzicht in de factoren die bijdragen aan veerkracht van deze zo belangrijke beroepsgroep” aldus projectleider Marieke van Wieringen.

Wanneer beleidsmakers veel van particuliere initiatieven verwachten, moeten ze voorzichtig zijn met bezuinigingen menen de onderzoekers. Het is niet waarschijnlijk dat donateurs zomaar in het gat springen dat de overheid achterlaat. Twee recente studies laten dat zien. 

Arjen de Wit en René Bekkers analyseerden een groot aantal eerdere studies naar de relatie tussen overheidsuitgaven en donaties, waarbij ze laten zien dat het sterkste bewijs voor een ‘verdrijvingseffect’  in gedragsexperimenten te vinden is. In zulke experimenten krijgen deelnemers een klein bedrag dat ze (deels) mogen weggeven aan een goed doel van hun keuze. Sommigen moeten een deel van hun geld verplicht afstaan aan een goede doel, anderen mogen helemaal zelf over hun geld beslissen. Dan blijkt meestal dat de eerste groep minder geeft dan de tweede. "Hieruit kunnen we concluderen dat mensen minder aan goede doelen geven als ze belasting moeten betalen", aldus De Wit.  Toch is dit niet direct te vertalen naar de praktijk. “In werkelijkheid weet je meestal niet precies wat de overheid allemaal financiert”. 

Uit een vervolgstudie, samen met Marjolein Broese van Groenou, blijkt dat berichtgeving in de media vaak niet gerelateerd is aan de daadwerkelijke veranderingen in overheidsfinanciering. Maar er zijn uitzonderingen. De Wit: “Zo was er veel nieuws over de grote bezuinigingsoperatie op ontwikkelingshulp, waar een organisatie als Oxfam Novib de dupe van was. Maar in plaats van dat donateurs probeerden te compenseren voor deze bezuiniging, gingen ook de gedoneerde bedragen omlaag.”

Beter samenwerken in de zorg

Als je moeilijke omstandigheden hebt, dan is het extra moeilijk om de “eigen kracht” te gebruiken die tegenwoordig van je wordt gevraagd. Neem “Henk” als voorbeeld. Henk heeft een beperkt netwerk en weinig kennis over gezond gedrag. Hij meldt zich keer op keer bij huisarts en spoedeisende hulp, maar zijn gezondheid blijft slecht. Zijn huisarts zou graag zien dat Henk zichzelf beter kan redden. Maar dat vraagt om een betere samenwerking met andere zorgorganisaties, zoals de gemeente, het ziekenhuis en de thuiszorg.  

Duco Bannink van Bestuurskunde en Sierk Ybema van Organisatiewetenschap werken binnen het Talma Instituut samen rond verschillende projecten waarin de integratie en innovatie van zorg aan de orde is. Bannink: “We vragen ons af: hoe ziet een betere zorg er uit? En hoe kunnen actoren beter samenwerken om dit mogelijk te maken? ” De gewonnen inzichten delen de onderzoekers vervolgens met bijvoorbeeld de Academische werkplaats ‘het Ben Sajet Centrum’ in Amsterdam.

Het begrijpen van mensen zouden een essentieel onderdeel moeten zijn van industriële ontwikkelingsprocessen, als middel om nieuwe categorieën van producten te bereiken en die echt aan de behoeften van de mensen voldoen en leiden tot duurzame innovatie. Dat is de kern van het project People-Centred Development Approaches in Practical and Learning Environments (PEOPLE).

Er is momenteel een onsamenhangendheid tussen de kwalificaties die door studenten van de geesteswetenschappen en sociologie worden opgedaan en de vaardigheden die de toekomstige werkgevers verwachten van  afgestudeerden. Het project PEOPLE brengt interdisciplinaire groepen studenten, academisch personeel en professionals in het bedrijfsleven samen om zakelijke uitdagingen op het gebied van werkelijke zaken op te lossen. Nieuwe leermodules worden ingebed in masteropleidingen, waardoor studenten waardevolle praktische vaardigheden kunnen ontwikkelen naast hun theoretische opleiding. Het project zal een langdurige impact hebben op het hoger onderwijs, en de samenleving als geheel, door de relevantie van sociaalwetenschappelijk onderwijs en onderzoek te verbeteren.