'Politici repareren het dak vaker als het regent'

Politiek is vaak riskante politiek. Vrijwel alle besluiten van regeringen, politieke partijen en politici zijn namelijk riskante besluiten. Dit is het startpunt van de oratie van Barbara Vis, hoogleraar Politieke Besluitvorming, op 26 juni 2014.

Wat betekent 'riskante politiek'?
“Regeringen, partijen en individuele politici nemen politieke besluiten. De uitkomsten van bijna al deze besluiten zijn onzeker. Denk bijvoorbeeld aan een politieke partij die besluit om een strenger immigratiebeleid te voeren. Als het werkt kan het stemmen opleveren, maar als het niet werkt, kan het juist veel stemmen kosten; waarschijnlijk zelfs meer dan wat het nieuwe standpunt aan stemmen op had kunnen leveren. Veranderen van standpunt is dus riskant. Mijn onderzoek gaat over wanneer politieke actoren meer of juist minder riskante besluiten nemen.” 

VisNiet elke politieke kwestie is even riskant.
“Klopt. In eerder onderzoek heb ik gekeken naar de verzorgingsstaat: wanneer zijn regeringen bereid om impopulaire hervormingen in de verzorgingsstaat door te voeren? In een ander deelproject kijk ik ook naar de politieke besluitvorming bij militaire interventies.”

En, wanneer zijn regeringen bereid om te bezuinigen op de verzorgingsstaat?
“Als het sociaal-economisch slecht gaat, zoals bij een recessie of oplopende werkloosheid. Maar ook als partijen er in de peilingen slecht voor staan, zijn ze eerder bereid om impopulaire maatregelen te nemen. Verliezen zetten aan tot de bereidheid om van partijpositie te veranderen. Als het daarentegen goed gaat zie je die veranderingen veel minder.”

Heb je daar een voorbeeld van?
“Dit mechanisme was te zien bij de ChristenUnie, in 2006. Die partij had nog nooit geregeerd, en verwachtte bij verkiezingen ook niet om in de regering te komen. In 2006 gebeurde dat toch. Toen zag je de partij veranderen: ze was eerst vooral gericht op beleid, daarna op regeringsdeelname op de langere termijn. De ChristenUnie is toen progressiever geworden, waarschijnlijk om te laten zien dat ze een geschikte coalitiepartner was. Dat zag je bijvoorbeeld in standpunten over homoseksualiteit. Ze wilde dat ‘regeringspotentieel’, de mogelijkheid om in de toekomst weer in de regering te komen, niet kwijtraken.”

Hoe verklaar je dat?
“Ik heb de prospecttheorie gebruikt in mijn onderzoek. Dat is een theorie uit de psychologie. Er bestonden al normatieve theorieën, die gaan over hoe je besluiten zou moeten nemen. Maar er waren nog weinig theorieën over hoe mensen in de praktijk besluiten nemen. Als de uitkomst onzeker is, maken mensen vaak andere keuzes dan de normatieve theorieën voorspellen. De prospecttheorie kan die besluiten juist wel duiden. De prospecttheorie zegt dat mensen niet alleen beoordelen ‘wat levert deze keuze me op?’, maar ook kijken naar wat een keuze betekent ten opzichte van hun referentiepunt. Dat referentiepunt is vaak hoe ze er nu voor staan. En als er verliezen op het spel staan zijn mensen eerder geneigd om voor de riskante optie te kiezen. In mijn onderzoek kijk ik of regeringen, politieke partijen en politici zich in situaties van winst of verlies ook zo gedragen: of ze dan meer of minder risico nemen, in hoeverre ze bereid zijn te veranderen.”

Hoe heb je de ‘veranderingsbereidheid’ bij politieke partijen onderzocht?
“We hebben een dataset gebruikt met gegevens over alle partijprogramma’s van regeringspartijen uit 21 democratieën sinds 1950. In die dataset hebben we per onderwerp de statements van partijen bekeken, zoals ‘Er moet meer geld naar de zorg’. In die dataset hebben we gekeken of partijen door de tijd heen veranderen: wanneer zijn ze bereid hun standpunt aan te passen?”

Partijprogramma’s hoeven niet overeen te komen met het werkelijke gedrag van partijen. Hoe houd je daar rekening mee?
“Wij onderzoekers zijn ons daar ook van bewust: een partijprogramma blijft een strategisch document. Toch voeren partijen hun programma’s wel degelijk in hoofdlijnen uit. Het is niet alleen maar gebakken lucht. Een partij die afwijkt van haar verkiezingsbelofte krijgt kritiek, maar er is veel minder aandacht voor wat ze wél uitvoert zoals beloofd.”

Jij zoekt achteraf naar een verklaring voor de bereidheid die politieke actoren hebben om te veranderen. Kun je ook voorspellingen doen?
“Nou, ik word niet gebeld door politici. Maar je kunt wel een les halen uit mijn onderzoek naar verzorgingsstaathervormingen: politici willen pas hervormen als het slecht gaat, terwijl je dat beter kunt doen als het goed gaat. Dan is de pijn minder heftig. Maar dit is begrijpelijk: als het slecht gaat kun je namelijk zeggen dat je door de omstandigheden bent gedwongen te bezuinigen. Politici repareren het vak nu eenmaal vaker als het regent dan bij zonneschijn.”

Persoonlijke website Barbara Vis