Dr. Marjolein Broese van Groenou

“Je moet speuren naar een passende subsidie”

Marjolein Broese van Groenou
De socioloog Marjolein Broese van Groenou heeft in anderhalf jaar drie subsidies binnengehaald met anderen: twee van ZonMW, om onderzoek te doen naar de zorgnetwerken rondom kwetsbare ouderen en hoe mantelzorgers zorg en werk combineren, en een van de KNAW om Akademie-assistenten aan te stellen. Reden genoeg voor een bezoekje.

Wat is je geheim?
Originele ideeën. Dat durf ik wel te zeggen. Vooral voor de twee ZonMW-subsidies. De KNAW-subsidie is vooral een project van Peter Groenewegen en Jacquelien van Stekelenburg.

Wat is er dan origineel aan je ideeën?
Neem bijvoorbeeld het onderzoek naar zorgnetwerken rondom kwetsbare ouderen. Meestal wordt bij de zorg voor ouderen gekeken naar de zorggebruiker en de zorgverlener, maar dat is te beperkt. Er zijn veel meer mensen bij betrokken: meerdere mantelzorgers en daarnaast nog professionele zorgverleners. Iedereen draagt zijn steentje bij. Het is dus veel meer een netwerk dan een een-op-eeninteractie.

Je moet dus weten wat anderen doen?
Ja. En je moet speuren naar een subsidie die bij je onderzoek past. Het onderzoek naar zorgnetwerken valt binnen een groter programma van ZonMW. Ik wist dat het veel interventieprojecten omvat en wij voegen daar echt iets aan toe, omdat we de zorgnetwerken willen beschrijven. Dat geldt ook voor de andere subsidie bij ZonMW, naar de arbeidsparticipatie van mensen die naast hun werk zorgen voor een naaste. Die valt binnen een groter programma naar arbeidsongeschiktheid waarin vooral gekeken wordt naar bijvoorbeeld het combineren van werk en zorg voor de kinderen. De combinatie van mantelzorg en personeelsbeleid is bovendien een actueel thema in de maatschappij, veel organisaties zijn ermee bezig. We dekken met ons onderzoek dus een nieuw onderdeel in het programma af.

Hoe ga je al die projecten tegelijk doen?
Ja, dat is inderdaad de andere kant van het verhaal: het is wel druk. En naast die drie projecten doe ik ook nog gewoon onderzoek voor de Longitudinal Aging Study Amsterdam. In het project met de KNAW-Akademieassistenten doe ik maar één subproject, dus daar ligt niet de nadruk op. Al is het wel heel interessant. Een van mijn promovendi, Natasja Tolkacheva, die op 19 september promoveert, heeft data verzameld over hoe broers en zussen de zorgtaken voor hun ouders verdelen. Daar heeft de informaticastudent een simulatie voor gemaakt voor 5000 families. Daarin kun je allemaal variabelen aanpassen en zien wat er dan gebeurt. Bijvoorbeeld hoe de verdeling van de taken verandert als de ouders zieker worden, als een van de kinderen verhuist of als een van de ouders komt te overlijden. En de voorspellingen van dat model kun je dan weer toetsen in de werkelijkheid.

Wat vind je zelf het interessantst en waarom?
Ik vind het heel leuk om de werkelijkheid van mantelzorg te onderzoeken. Er zijn meerdere mensen bij betrokken, familieleden, vrienden, professionals. Dat kun je nabootsen of op andere manieren onderzoeken. Hoe komen al die verschillende actoren samen? Hoe vinden ze een oplossing voor problemen? Ik ben eigenlijk altijd al geïnteresseerd geweest in persoonlijke netwerken.
Subsidie-aanvragen schrijven vind ik ook leuk, trouwens. Het plannen maken om een theoretische oplossing voor een probleem in de werkelijkheid te vinden. En die zo op te schrijven dat iedereen denkt: goh, hoe zou dat zitten?

Welke subsidie, premie of prijs wil je graag nog in de wacht slepen?
Een ERC Advanced Grant van de Europese Unie. Dat is wel een vijfjarenplan, hoor. Ik wil daarmee het Europese perspectief op informele zorg onderzoeken. De verschillen tussen landen zijn wat dat betreft heel groot. In Italië zie je bijvoorbeeld dat er veel migrantenzorgverleners komen, Filippijnse au-pairs voor ouderen. In Zweden is de zorg voor ouderen veel meer een samenwerking tussen familie en professionals. En in Nederland zie je dat sinds tien jaar de overheid steeds meer terugtreedt en dat mensen er zelf voor moeten zorgen dat ze zorg krijgen. Dus ik moet nu eerst een netwerk in Europa gaan opbouwen en hopelijk lukt het dan over vijf jaar.


door Marieke Kolkman, dienst communicatie FSW, 30 augustus 2011