Waarom gamer zich niet schuldig voelt als hij iemand neerschiet

Tilo Hartmann is universitair hoofddocent bij de afdeling Communicatiewetenschap. Hij houdt zich bezig met de grens tussen de werkelijkheid en virtual reality, met name in videogames. 

Door Martje Doeve.Tilo Hartmann

Gamers vinden het leuk om geweld te zien en te plegen in videogames. Waarom is dat?
“Personages in videogames voelen soms levensecht. En toch vinden mensen het leuk om ze neer te schieten. Eén van de verklaringen is sociale druk: mensen spelen met anderen en willen niet voor hen onderdoen. Ook speelt mee dat je in videogames geen werkelijke consequenties van geweld ziet: je ziet de personages niet lijden als je ze neerschiet. Geweld wordt clean.
Daarnaast is mijn theorie gebaseerd op de wetenschapper Bandura, die zegt dat er in videogames social disengagement cues zitten: factoren waardoor je je geweten even uit kan schakelen. Je hoeft je dan dus niet schuldig te voelen als je iemand neerschiet.”

Heb je voorbeelden van social disengagement cues?
“Je moet bijvoorbeeld de wereld beschermen. Zo kun je rechtvaardigen dat het geweld een hoger doel dient.”

Wat gebeurt er met je als je een videogame speelt?
“Videogames zijn entertainmentproducten die niet ontworpen zijn om je een slecht gevoel te geven. En door alle moral disengagement cues voel je het niet echt als het naar of heftig wordt. Maar als het slachtoffer duidelijk en realistisch lijdt vinden gamers dat irritant. Het is dus makkelijk om hun een slecht gevoel te geven: je hoeft alleen maar de normale consequenties van geweld te laten zien.”

Zit elke videogame zo in elkaar?
“Nee, er zijn verschillen. Bij Modern Warfare: Call of Duty moet je onschuldige mensen vermoorden. Je richt eigenlijk een massaslachting aan. En daar zijn weinig van die moral disengagement cues: het ziet er bloederig uit, mensen lijden als je ze neerschiet, ze vragen om medelijden, er is geen hoger doel. Je bent dus niet ‘bevrijd’ van je gewetensbezwaren. En wat gebeurde er? Veel fanatieke gamers wilden het niet spelen. Ze vonden het te walgelijk.” 

Call of DutyJij houdt je bezig met virtual reality. Wat is dat eigenlijk?
“In virtual reality is je hele wereld fictief. Je zit in een ruimte die in werkelijkheid helemaal niet bestaat. Dat is een verschil met augmented reality. Dat voegt iets toe aan je normale perceptie van de werkelijkheid. Als je deze kamer zou zien met een GoogleGass op, kun je een extra object zien met een toegevoegde waarde op wat je ziet. Een ander voorbeeld is het oude Rome. Je kunt daar bij de ruïnes een bril opzetten en rondkijken. Je ziet dan geen ruïnes, maar het gebouw zoals het vroeger was, en je ziet oude Romeinen rondlopen. Er wordt dus iets toegevoegd aan je realiteit.”

Waarom is virtual reality zo belangrijk in de communicatiewetenschap?
“Mediatechnologie wordt steeds geavanceerder. Denk aan die GoogleGlass. Media kunnen steeds beter op onze zintuigen inspelen, zodat de illusies ook steeds overtuigender worden. Als we begrijpen hoe mensen die illusies ervaren, begrijpen we het microniveau. Dan kunnen we maatschappelijke kwesties misschien ook voor een deel begrijpen. Ik denk dat je over de maatschappij kunt leren door naar het individu te kijken.”

Mogen jouw kinderen eigenlijk Modern Warfare: Call of Duty spelen?
“Ik heb geen kinderen, maar dat zou ik niet goed vinden. Pas vanaf hun zestiende jaar mag het. Dan begrijpen kinderen beter wat fictief is en wat niet, en dat fictie niet per se iets zegt over de realiteit.”