'Als je wilt begrijpen waarom mensen doen wat ze doen, dan moet je vergelijken'

foto KlandermansBert Klandermans doet al meer dan dertig jaar vergelijkend onderzoek naar sociale bewegingen. Hij reist de hele wereld af, mengt zich tussen het demonstrerende publiek en onderzoekt waarom mensen wel of niet sympathiseren met een sociale beweging en waarom ze ervoor kiezen om de barricade op te gaan of thuis te blijven. Hij behoort tot de top tien wetenschappers op zijn terrein, is genomineerd voor de FSW Onderzoeksprijs 2013 en heeft een prestigieuze ERC-Advanced Investigator Grant van 2,2 miljoen euro ontvangen voor een grootschalig onderzoek naar politieke participatie. Reden genoeg dus, om eens met hem om de tafel te zitten.

Klandermans kwam voor het eerst in aanraking met een sociale beweging toen hij als student-assistent bij de (toenmalige) afdeling Sociale Psychologie werkte. Hij nam een kijkje in de keuken bij de FNV en kwam met een idee: 'Jullie steken veel geld in allerlei opleidingen en cursussen voor kaderleden, maar werkt het ook? Je zou eigenlijk onderzoek moeten doen naar wat het effect daarvan is.' Hij raakte geïnteresseerd in vakbewegingen en schreef zijn proefschrift over de mobilisatiecampagne van de FNV.

Het begin van een groot internationaal netwerk
Al snel ontdekte hij dat de wereld van sociale bewegingen veel groter is dan die ene vakbeweging in Nederland. En dus verbreedde hij zijn horizon en ging hij na zijn promotie met een NWO-beurs op zak naar de Verenigde Staten. Daar zocht hij een groot aantal mensen op die hij in zijn dissertatie citeerde en dat was volgens hem “een gouden greep”. Het fundament voor zijn internationale netwerk werd gelegd.

'Je had in de VS een wat andere traditie van onderzoek doen naar sociale bewegingen dan Europa. Voor lange tijd fungeerde ik een beetje als de verbindingsschakel tussen die twee.' In de VS was men ervan overtuigd dat mensen participeren in bewegingen als ze daarvoor de juiste middelen hebben, zoals geld of een opleiding. Ze noemden dat Resource Mobilization. Ze ontdekten dat hogeropgeleiden eerder protesteren als ze ergens ontevreden over zijn, dan lager opgeleiden. 'Als je erop doordenkt dan snap je dat ook wel,' zegt Klandermans. 'De mensen die gaan protesteren zijn lang niet altijd de mensen die er het slechtst aan toe zijn, want die zijn bezig met te overleven.'

In Europa ontstond een onderzoekstraditie die men aanduidde met New Social Movements. Voorheen vocht men voor zijn brood en daarom had je klassenbewegingen, waarin men zich hard maakte tegen de positie van de lagere sociale klasse. Maar toen de welvaart groeide waren deze bewegingen niet meer nodig. 'Als men niet meer voor de eerste levensbehoefte hoeft te vechten, is er ruimte om voor andere dingen te strijden zoals bijvoorbeeld vrede.'

Klandermans organiseerde diverse conferenties waar de verschillende benaderingen van onderzoek naar sociale bewegingen samenkwamen. En zo wisselden Amerikaanse en Europese onderzoekers decennia lang met elkaar van gedachten.

Studenteprotesten in 2011
Studentenprotest op het Malieveld in Den Haag, 2011

Waarom mensen doen wat ze doen
'Het heeft geen zin om een demonstratie op de Dam te gaan bestuderen zonder dat je weet hoe dat uitpakt in vergelijking tot andere vergelijkbare gebeurtenissen.' En dus moet je volgens Klandermans óf het land uit óf terug in de tijd. 'Een vrouwenbeweging in Nederland is in een aantal opzichten zeer verschillend van een vrouwenbeweging in Duitsland of een vrouwenbeweging in de VS. Dan is de interessante vraag: waarom is dat dan verschillend? Niet omdat de mensen zo verschillend zijn. Dat moet er iets in de omstandigheden zijn waardoor dat varieert. Je kunt die vraag ook zinvol stellen als je een vredesbeweging van de 80’er jaren vergelijkt met de protesten tegen de oorlog in Irak.'

De vraag waarom mensen doen wat ze doen en kiezen wat ze kiezen voert als een rode lijn door al het onderzoek van Klandermans. 'Als er een beweging is en mensen staan voor de keuze of ze daaraan mee zullen doen of niet dan vraag ik me af: wat bepaalt hun keuze?' Om die vraag goed te kunnen beantwoorden ontwikkelde hij het Actiemobilisatie Model, een stappen model dat het proces van protestparticipatie in vier verschillende problemen opbreekt:

A.           Hoe wordt iemand sympathisant van een beweging?

B.           Hoe bereik je een sympathisant? Je wilt die sympathisanten aan een activiteit mee laten doen dus je moet ze op een of andere manier laten weten dat een activiteit er is.

C.           Hoe kun je sympathisanten motiveren om mee te doen aan een protest. Helpt het bijvoorbeeld om iets simpels als reiskosten te betalen?

D.           Hoe zorg je ervoor dat ze ook daadwerkelijk meedoen?

Poster van Opland uit oktober 1983
Poster van Opland uit oktober 1983

'Je moet je realiseren dat het feit dat iemand sympathiseert niet automatisch betekent dat hij participeert.' Dat ontdekte Klandermans bij zijn onderzoek naar de grote demonstratie tegen kruisraketten in 1983. Uit zijn hoofd gooit hij de cijfers van dertig jaar geleden zo op tafel: '75 procent van de mensen die we interviewden, was sympathisant. Driekwart van hen was ook bereikt. De grote klap viel bij de vraag: ben je gemotiveerd om aan de demonstratie mee te doen? Toen was er nog maar 10 procent over. En van die 10 procent gingen er uiteindelijk maar 4 procent echt naar de demonstratie. Dus dan is de vraag; als ze sympathisant zijn, op de hoogte zijn van de demonstratie én bereid zijn om te gaan, waarom gaan ze dan niet?'


Politieke participatie: demonstreren, stemmen of petitie tekenen?
Dit jaar heeft Klandermans een prestigieuze ERC-Advanced Investigator Grant van maar liefst 2,2 miljoen euro ontvangen. Met die beurs gaat hij een grootschalig internationaal onderzoek doen naar politieke participatie.

Uit onderzoek van een Zwitserse collega naar protestpolitiek, bleek dat linkse mensen om te protesteren eerder demonstreren en rechtse mensen als protest juist kiezen om te gaan stemmen op radicaal populistische protestpartijen. Zo ontstond bij Klandermans het idee om partijpolitiek gedrag (b.v. stemmen op een partij) en bewegingspolitiek gedrag (demonstreren) met elkaar te vergelijken. 'Politicologen onderzoeken partijpolitiek en sociologen onderzoeken movement politics, alleen praten ze nooit met elkaar. Maar de burger heeft geen boodschap aan de taakverdeling tussen wetenschappers. Ik wil onderzoek gaan doen naar die twee vormen van politiek gedrag als keuzes die mensen hebben.'

'Vroeg of laat heeft iedereen wel iets heeft waarvoor hij politiek actief zou willen worden. En wat mij in dit onderzoek dan interesseert is: wat is dat dan? En wat zou je dan gaan doen? Ga je demonstreren, stemmen of teken je een petitie? Het onderzoek start in 2014 en wordt uitgevoerd in 8 verschillende landen met circa 30 mensen uit zijn netwerk.

Zelf is Klandermans niet actief in sociale bewegingen 'Ik heb destijds aan die kruisrakettendemonstratie meegedaan maar voor de rest ben ik een toeschouwer”. Volgens hem is het ook niet heel verstandig om actief betrokken te zijn in een beweging waar je zelf onderzoek naar doet. “Onwillekeurig kan je het toch mooier maken dan het is.'

Klandermans is genomineerd voor de FSW Onderzoeksprijs 2013.

Meer informatie
Lees meer over de ERC-Advanced Investigator Grant en het onderzoek How people try to influence politics and why?
Bezoek de persoonlijke webpagina van Bert Klandermans
Lees het interview met Klandermans op de Ad Valvas website
Lees meer over het boek The Social Psychology of Protest
Lees het dossier Demonstratie tegen kruisraketten dertig jaar geleden

Door Frances Gallimore, 10 januari 2014