Prof. dr. Ab Klink

"Goede zorg en lage kosten gaan hand in hand"

 

"Door de zorg te verbeteren, besparen we geld", betoogt hoogleraar zorg, welzijn en politieke sturing Ab Klink in zijn oratie aan de Vrije Universiteit Amsterdam op donderdag 25 oktober 2012. Toen hij minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport werd in 2007 nam de gezondheidszorg hem in zijn greep en het thema heeft hem nog niet losgelaten.

Ab KLinkVolgens Klink staan in de zorg de wensen van patiënten te weinig centraal en hebben artsen en apothekers te weinig tijd voor onder andere voorlichting over de behandeling en over het gebruik van medicijnen. Daardoor worden patiënten aan meer onderzoeken blootgesteld dan noodzakelijk en krijgen ze sneller te maken met vervolgbehandelingen en met complicaties. Dat is niet goed voor de patiënt en het kost geld.

Klink haalt in zijn redevoering onderzoek aan uit de Verenigde Staten waarin twee middelgrote steden qua zorgkosten met elkaar werden vergeleken. In de ene stad werd veel meer aan zorg uitgegeven dan in de andere, ook al leken ze verder veel op elkaar. Na een analyse van de zorg bleek dat patiënten in de dure stad veel uitgebreider onderzocht werden en meer specialisten zagen dan in de goedkopere stad, terwijl de bevolking van die twee steden even gezond was en de levensverwachting niet uiteen liep. Het illustreert dat overdiagnostiek en overbehandeling de zorgkosten omhoog kunnen stuwen.

Voorlichting loont
Maar hoe verlaag je het aantal behandelingen? En hoe verbeter je ze? Klink kent daarbij een centrale rol toe aan de patiënt. Betrek die meer bij zijn behandeling en je geeft vanzelf minder uit. "We zijn gewend om in de zorg op de prijzen te duwen", zegt Klink een paar dagen voor zijn oratie aan de telefoon. "Het moet allemaal minder geld kosten en dus is er minder tijd per patiënt beschikbaar, want tijd is geld. Maar als er minder tijd is voor een gesprek over de behandeling, worden patiënten sneller doorverwezen voor nog een onderzoek en stijgt het aantal behandelingen alleen maar. Wie een lage prijs voor een consult of behandeling betaalt, maar er ondertussen meer nodig heeft, verhoogt zijn kosten. Betalen voor een hoge kwaliteit en lage kosten sluiten elkaar niet uit."

Uit allerlei studies blijkt dat goed geïnformeerde patiënten een goedkopere behandeling kiezen als ze goed voorgelicht worden over alle opties en over voordelen en nadelen. Een Nederlands onderzoek uit 2010 naar IVF-behandelingen toont bijvoorbeeld dat patiënten er vaker voor kiezen om één embryo terug te laten plaatsen in de baarmoeder in plaats van twee als ze beter op de hoogte zijn van de voor- en nadelen van de behandeling. Twee embryo’s geven weliswaar meer kans om zwanger te worden, maar de kans om een tweeling of zelfs drie- of vierling te krijgen is ook groter en daarbij de kans op complicaties tijdens en na de zwangerschap en de bevalling. De studie rekent voor dat er misschien meer vervolgbehandelingen nodig zijn als maar één embryo wordt teruggeplaatst, maar per saldo kost dat nog steeds minder dan alle extra zorg die nodig is bij een meerlingzwangerschap.

Een persoonlijke benadering is volgens Klink de sleutel. In zijn oratie geeft hij een voorbeeld van diabetespatiënten. "Dat een persoonsgerichte benadering en empathie werken, blijkt uit een recente studie naar de kwaliteit van de zorg voor diabetespatiënten. Hoe empatischer een dokter was, hoe minder vaak de patiënten last hadden van een acute lage bloedsuiker." Een meevoelende arts houdt deze patiënten gezonder.

Het tij keren
Klink zit alleen wel met een probleem. De kwaliteit van de zorg kan dan misschien verbeteren en daarmee de kosten drukken, maar de ervaring leert, dat als de zorg ergens afneemt, die op een andere plek weer groeit. Als er minder mensen worden opgenomen in het ziekenhuis omdat medicatiefouten of infecties aan een operatiewonden afnemen, komen er al snel andere patiënten voor in de plaats. Het gat wordt ongemerkt door anderen opgevuld. Om echt kosten te besparen moet de zorgverlening daarom hervormd worden. En dat vergt wat van iedereen.

"De zorgverzekeraars zijn het belangrijkst om het tij te keren", zegt Klink. "Zij moeten bijvoorbeeld apothekers niet alleen betalen voor het doosje medicijnen dat ze patiënten meegeven, maar ook voor de begeleiding, voor het bevorderen van therapietrouw en voor medicatieveiligheid. Patiënten die netjes hun medicijnen nemen, hebben minder last van complicaties. Bovendien slikken patiënten soms onbewust medicijnen die tegen elkaar inwerken. Maagzuurremmers blijken bijvoorbeeld de effecten van een chemo te hinderen, dus kankerpatiënten moeten tijdens een chemokuur tijdelijk stoppen met zulke medicijnen. De apotheker kan dat opvangen door in gesprek te gaan en beter voor te lichten. Hetzelfde geldt voor artsen die patiëntgericht werken."

Uiteindelijk moeten verzekeraars inzien dat het ze geld scheelt als ze apothekers en artsen belonen voor een betere begeleiding van patiënten en voor betere zorg. Klink: "Vervolgens komt het erop aan dat verzekeraars selectief zorg gaan inkopen. Die zorginstellingen die een betere kwaliteit voorop stellen in plaats van zoveel mogelijk verrichtingen zouden extra beloond moeten worden. Als verzekeraars hen bij de contractering op de eerste plaats zetten, komen de instellingen die voor volume en omzet gaan op het tweede plan. Hun capaciteit moeten ze dan vanzelf naar beneden schroeven."