Demonstreren, dat heeft toch geen enkel effect?!

foto Stekelenburg, vanIn gesprek met dr Jacquelien van Stekelenburg-
‘We zijn het zat! We zijn het wachten beu en eisen onze rechten op!’ schreeuwt de profieltekst van het Twitteraccount van Schokkend Groningen, een actiegroep voor alle inwoners van de gaswinningsgebieden in Groningen. Een besluit van Minister Henk Kamp over de gaswinning in Groningen bleef  uit, terwijl de Groningers ondertussen de scheuren in hun huizen zagen groeien door de aardbevingen die de gaswinning veroorzaakt. Verschillende actiegroepen besloten daarom in januari in opstand te komen met diverse acties en demonstraties.

Begin februari verdedigde Minster Kamp in de Tweede Kamer ‘eindelijk’ zijn plannen; er gaat ruim een miljard euro naar het Noorden en de gasproductie wordt teruggedraaid. Is dat een verdienste van de actievoerders?
‘Als twee gebeurtenissen steeds samen worden genoemd in de media (de nieuwe plannen rondom gaswinning en de demonstraties  van Schokkend Groningen), dan ga je op een gegeven moment ook denken dat er een causaal verband is. Maar dat weten we dus niet,’ zegt sociologe en specialist in sociale bewegingen Jacquelien van Stekelenburg. ‘Er is redelijk veel onderzoek gedaan naar het effect van demonstraties, maar als je kijkt naar dat onderzoek dan valt op dat eigenlijk iedereen zegt: het is heel moeilijk om je vinger erop te leggen waar het nou precies door komt. Er is nog geen onderzoek waarin een vergelijking wordt gemaakt naar wel of geen effect.’

‘Ik had in de periode van de Occupy-protesten wel dertig journalisten over de vloer die allemaal zeiden ‘Dat heeft toch geen enkel effect?’ En dat is een beetje het idee dat in Nederland heerst. We hebben natuurlijk een polderland dus dat is ook niet zo heel erg gek. Mensen gaan er vanuit dat onze belangen worden behartigd door de organisaties die daarvoor zijn, zoals bijvoorbeeld de vakbonden. En daarvoor hebben we het voorjaarsoverleg en het najaarsoverleg. Alles is keurig geregeld, dan hoef je toch de straat op te gaan? Dat is het idee.’

FNV Bondgenoten, Groningen
18 januari 2014: een kleine duizend auto's rijden in optocht over de A7 en langs de aardgasvelden In Hoogezand en Kolham. De Groningers zijn boos op Den Haag dat wel de aardgasbaten neemt, maar dat niet bereid is om de bedrijfssluitingen van Aldel en Parker af te wenden. Foto: FNV Bondgenoten, FLickr

Wanneer gaan mensen dan wel demonstreren?
Om te beginnen moet er een probleem zijn. Een (gemeenschappelijk) gevoel van onvrede over een situatie. ‘Voor Groningers is dat probleem heel helder: door gaswinning ontstaan er schokken in de aarde, daardoor leven wij in een onveilige situatie en gaan onze huizen kapot. Wat je ziet, is dat de discussie ineens veel meer over veiligheid gaat, bewust denk ik. Voorheen ging het om de schade aan huizen, maar nu gaat het om veiligheid en daardoor komt het ook dichterbij voor de rest van Nederland. Je hebt eerder empathie voor mensen wanneer hun veiligheid in het geding is, dan wanneer ze een scheur in hun huis hebben.’

Wie is er schuldig? Ook dat is belangrijk om gericht te kunnen protesteren.  Minister Kamp en de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) zijn de grootste boosdoeners, maar wat ook speelt is het wij-zij gevoel dat leeft onder de Groningers. Het Noorden versus Den Haag. ‘Den Haag zuigt het gas hier uit de grond, strijkt de winst op en wij zitten hier met de gevolgen. Onze veiligheid is in het geding en we krijgen ook geen geld om de schade te herstellen! ‘

Hoe krijg je mensen op straat?
Met een gevoel van onvrede alleen, ben je er nog niet. Veel mensen zijn tegen gaswinning en maken de gevolgen van dichtbij mee, maar vaak blijft het bij zeuren op verjaardagen of klagen bij de buurman. En als iemand al gemotiveerd is om te demonstreren, dan wil dat nog niet zeggen dat hij of zij ook daadwerkelijk de straat op gaat.

En dus moet er een organisatie als Schokkend Groningen zijn, die de zieltjes van gedupeerden en sympathisanten wint, hun motiveert om te demonstreren en de demonstratie in goede banen leidt. ‘Zo’n organisatie moet ten eerste duidelijk maken wat de diagnose is en wat er moet gebeuren; er moet minder gas gewonnen worden en wij moet geld krijgen om hier de veiligheid te vergroten en de schade te herstellen.’ Vervolgens moet de organisatie duidelijk maken wat er van de burger wordt verwacht; petities tekenen, aanwezig zijn op een plein of op een bepaalde bijeenkomst.

En zoals voor elk evenement geldt: mensen moeten ook weten dat er een demonstratie is via offline (flyers, posters en kranten )en online media (websites,Facebook en twitter). Daarnaast helpt het natuurlijk enorm als je het demonstreren zo aantrekkelijk mogelijk maakt door bijvoorbeeld het vervoer te regelen, BN’ers te laten optreden of oppas te regelen.

Heeft al dat demonstreren wel effect?
Goed, dan krijg je eindelijk een grote groep mensen op straat, maar heeft al die moeite wel effect? ‘Wat is effect?,’ vraagt Van Stekelenburg. ‘Dat is een interessante vraag. Nu lijkt het in Groningen of de politiek schuift, maar is het ook al een effect als je in de krant staat? Over de Occupybeweging werd heel vaak gezegd ‘Wat een stelletje klaplopers en zuiplappen, dat heeft toch totaal geen zin waar zij mee bezig zijn?’ Maar een promovenda in Amerika deed bijvoorbeeld heel interessant onderzoek naar Occupy Wall Street en vergeleek dit met de heftige protesten tegen de bijeenkomst van de Wereldhandelsorganisatie in Seattle in 2009. En wat bleek? Occupy Wall Street kreeg maar liefst tien keer meer media-aandacht!’

Occupy_Amsterdam
De protestbeweging Occupy Amsterdam hield een protestmars van het Beursplein naar De Nederlandsche Bank, 2011
 

‘We kunnen niet een sociale situatie overdoen waarbij we zeggen: stel je voor dat Schokkend Groningen niet had gedemonstreerd. Stel dat ze alleen maar petities hadden getekend en niet naar het gemeentehuis waren toegekomen, wat dan? Hoewel het helemaal geen vreemde gedachte is dat de politiek is gaan schuiven door het optreden van de actievoerders, zullen we dat dus nooit zeker weten.‘

Onderzoek naar effect van demonstraties
Op dit moment werkt van Stekelenburg samen met een Sociologie Research Fellow, Sarah Duisters, aan een paper over het effect van demonstraties. Aan de hand van demonstraties in Nederland analyseren ze hoe en onder welke omstandigheden deze demonstraties wel of niet succesvol waren. Waarbij succes gedefinieerd wordt als toegenomen publieke en politieke aandacht voor het issue. Daarvoor vergelijken ze aandacht vóór en ná 13 grote Nederlandse demonstraties over de afgelopen 3 jaar, ze kijken onder meer naar krantenberichten, parlementaire discussies, kamervragen en analyseren tweets van politici.  In hoeverre heeft een demonstratie over pensioenen bijvoorbeeld geleid tot meer aandacht voor dit thema in de kranten en in de politieke arena?

Lees meer
Bezoek de persoonlijke webpagina van Jacquelien van Stekelenburg;
Lees het interview Waarom Occupy wél succes had met Van Stekelenburg in de Volkskrant;
Lees het artikel Waar blijft u nou? over demonstratieclichés in de Volkskrant .

Tekst: Frances Gallimore