Groepsgedrag onderzoek: 3 interessante onderzoeken naar conformiteit

FoutencultuurWanneer er verandering optreedt in het gedrag of opinie(s) als gevolg van werkelijke of vermeende druk van een andere persoon of groep, is er sprake van conformiteit. Conformiteit leidt in veel organisaties tot groepsgedrag. Het verklaart waarom bepaalde processen als omgaan met verandering, het bespreken van problemen of het aanspreken van collega’s in de organisatie op een bepaalde manier plaatsvinden. In de loop der jaren zijn diverse studies gedaan naar conformiteit, met opmerkelijke resultaten. Hieronder drie klassieke studies in een notendop.

Sherif (1936): Group norms and conformity

Muzafer Sherif was een Turkse psycholoog en een van de grondleggers van de sociale psychologie. Begin jaren ’30 hadden wetenschappers ontdekt dat een klein stilstaand lichtpuntje in een donkere ruimte voor mensen toch leek te bewegen. Sherif liet individuen één voor één een donkere kamer ingaan en vroeg hen in te schatten hoeveel het licht bewoog. Hoewel het licht daadwerkelijk geen centimeter verschoof, schatten de individuen in dat het licht 5 tot soms wel 15 centimeter bewoog. Vervolgens werden alle individuen bij elkaar gezet en werd hen gevraagd gezamenlijk een inschatting te maken. Waar individuen eerst een afstand van 5 centimeter inschatten, schatten ze de afstand nu in op 10, terwijl mensen die eerst 15 centimeter als schatting hadden geven, nu ook 10 centimeter inschatten. De individuen pasten hun schatting aan aan anderen in de groep. Vervolgens moesten de individuen opnieuw alleen in de donkere kamer een inschatting maken. Wederom bleven ze bij de inschatting van 10 centimeter, terwijl ze eerder nog een andere schatting gegeven hadden én terwijl het lichtpunt wederom stilstond. Zonder het zich te realiseren veranderde de opinie van de individuen. Zo liet Sherif zien dat individuen in een groep een gezamenlijke overeenkomst als compromis maken.

Solomon Asch (1955): Opinions and social pressure

De Amerikaanse gestaltpsycholoog van Poolse komaf, Solomon Asch, was geïnspireerd door het experiment van Muzafer Sherif en ging hierop door. Hij liet ongeveer 8 participanten kijken naar een scherm met daarop rechte lijnen. De deelnemers moesten een voor een opzeggen welke lijn in het rijtje even lang was als de eerste lijn. In werkelijkheid bleek 1 van de participanten niets van het experiment af te weten, en was de rest vooraf geïnstrueerd met de opdracht allemaal expres een verkeerde lijn te noemen. Hoewel de participant wist dat zijn antwoord niet overeenkwam met dat van de rest, noemde hij toch dezelfde lijn als de groep. Na afloop werd de participant geconfronteerd met zijn foute antwoord en werd gevraagd waarom hij dit antwoord had gegeven. Het overgrote deel gaf daarop aan dat men aan het twijfelen was gebracht over de eigen beoordelingskwaliteiten. Asch heeft dit experiment in maar liefst 17 verschillende landen herhaald en steeds weer bleek dat men geneigd is het foute antwoord te geven wanneer de rest van de groep dit ook doet.

Stanley Milgram (1975): Conformity and independence

Eén van de meest bekende sociaal psychologen aller tijden is Stanley Milgram. Zijn experimenten waren controversieel en zullen waarschijnlijk om ethische redenen nooit meer herhaald worden. Toch bedacht hij ook een vrij eenvoudig experiment, waarmee hij liet zien hoe menselijk gedrag door anderen beïnvloed wordt. Hij gaf diverse groepen mensen, variërend van 5 tot 15 mensen de opdracht om midden op straat stil te staan en voor enkele minuten omhoog te blijven kijken. Toen de groep dit deed, begonnen omstanders spontaan stil te staan en hun blik naar boven te werpen. Hoe groter de groep mensen die de instructie gekregen had, des te meer toevallige omstanders stil bleven staan om ook omhoog te kijken. Een zeer simpele manier om te tonen hoe kuddegedrag bij mensen werkt.

Conformiteit: wat kunnen organisaties er van leren?

Wat kunnen organisaties hier van leren? Alle drie de experimenten laten opmerkelijke resultaten zien. Zo is er geen duidelijke druk tot conformeren: in ieder experiment heeft de participant een vrije wil. Ook is er geen beloning wanneer de groep samenwerkt en wordt er ook geen straf gegeven wanneer een participant een afwijkende mening heeft. Dit kan in verband gebracht worden met groepsgedrag in organisaties. Wanneer er een nieuwe werknemer tot de organisatie toetreedt, zal diegene vroeg of laat te maken krijgen met een organisatiecultuur, waarin misschien juist, maar ook onjuist gedrag plaats kan vinden. De vraag is hoe daarmee wordt omgegaan, zeker wanneer conflict ontstaat als de medewerker besluit niet het gedrag van de groep te tonen. 

Wilt u hier graag meer over weten? Neem dan eens een kijkje bij één van onze cursussen, zoals Organisatiecultuur, Conflicten en Conflicthantering of Foutencultuur en de Lerende Organisatie.