Onderzoek

Organisaties en Processen van Organiseren in de Samenleving (OPOS) is het onderzoeksprogramma van de afdeling Organisatiewetenschappen (ORG) binnen de Faculteit der Sociale Wetenschappen (FSW). De Faculteit der Sociale wetenschappen is een faculteit van de Vrije Universiteit (VU) Amsterdam.

Organisaties zijn in onze 'verorganiseerde' samenleving alomtegenwoordig: op straat lopen we langs elkaar heen, in organisatieverband komen we elkaar tegen. Organisaties hebben een enorme invloed op hoe mensen denken en doen, het bepaalt voor een belangrijk deel hoe mensen met elkaar omgaan, hoe ze praten, hoe ze zich kleden of wat ze belangrijk vinden.

Het doel van OPOS is om meer inzicht te krijgen in processen van organiseren in een organisatiesamenleving. Het bestuderen van organisaties in een maatschappelijke context omvat de goedkeuring van een multidisciplinair, multimethologisch perspectief dat close-up, microniveau-onderzoeken en bredere, contextuele, macro-niveauanalyses combineert. OPOS creëert een open onderzoeksomgeving en draagt bij aan onderzoeksgebieden die nog niet volledig zijn afgedekt en die onderzoek vereisen naar organisatorische onderlinge afhankelijkheid en (in)stabiliteit.

OPOS bestaat uit vier onderzoeksclusters: Samenwerking en conflict tussen individuen en binnen teams (Beersma), Politieke, culturele en emotionele dynamiek van organisatorische actoren (Drori), Organisatiedynamiek en inter-organisatorische processen binnen en tussen organisaties (Kyratsis) en Culturele dynamiek en organisatieverandering (Boersma)
 
Samenwerking en conflict tussen individuen en binnen teams
Het onderzoek in het cluster Organisational Behaviour (OB) richt zich op samenwerking en conflict. Het cluster heeft als doel om bij te dragen aan de literatuur over organisatiegedrag op micro- en mesoniveau, met name met betrekking tot conflictbeheer, motivatie van werknemers, welzijn en prestaties. Theoretische grondslagen voor het onderzoek van de clusters zijn de sociale identiteitstheorie, de onderlinge afhankelijkheidstheorie, dual concern theory en motivated information processing in groups theory. Methodologisch richten OB-onderzoekers zich primair op kwantitatieve methoden (survey- en experimentele studies), gecombineerd met kwalitatieve studies die specifieke inzichten verdiepen. Dit cluster wordt geleid door prof. dr. Beersma.

Politieke, culturele en emotionele dynamiek van organisatorische actoren
Het onderzoek in het cluster Organisatie-etnografie (OE) richt zich op de politieke, culturele en emotionele dynamiek van de betekenisgevende en verhalende processen van organisatorische actoren. Bovendien concentreert het cluster zich op de identiteit van de organisatie, legitimiteit, transnationaal ondernemerschap en samenwerking tussen culturele verschillen. Het gaat over hoe, in een onderling verbonden, onderling afhankelijke samenleving, individuen over grenzen heen werken om nieuwe zakelijke ondernemingen en organisatievormen op te zetten, om vraagstukken van diversiteit op zowel maatschappelijk, organisatorisch als individueel niveau aan te pakken. Methodologisch combineert het cluster een verscheidenheid aan interpretatieve methoden, waaronder narratieve analyses. Met etnografische gevoeligheden beschrijft het cluster het leven van de organisatie ‘van binnenuit’ en ‘van onderaf’. Dit cluster wordt geleid door prof. dr. Drori.

Organisatorische dynamiek en inter-organisatorische processen
Het onderzoek in het cluster Organisatietheorie (OT) richt zich op organisatiedynamiek en interorganisatieprocessen op meso- en macroniveau. Het cluster onderzoekt de structurele eigenschappen van organisaties om hun dynamiek en resultaten te begrijpen. Theoretische grondslagen voor deze groep zijn de institutionele theorie, theorieën over coördinatie en (tijdelijke) samenwerking en sociale netwerktheorie. Methodologisch gebruikt het cluster een verscheidenheid aan methoden, zoals diepgaande case-studies, sociale netwerkanalyse om de dynamiek en resultaten van de structurele eigenschappen en procesdynamiek van sociale, culturele, semantische of probleemgebaseerde netwerken te begrijpen. Dit cluster wordt geleid door dr. Kyratsis.

Culturele dynamiek en organisatorische verandering
Het onderzoek in cluster Organisation Change and Resilience (OCR) houdt verband met culturele dynamiek en organisatieverandering. Het cluster richt zich op onderzoek naar processen voor het creëren, onderhouden en verstoren van organisatiebeleid en -praktijken. In dit onderzoeksdomein onderzoekt het cluster verandering in complexe, gemengde publiek-private instellingen, zoals megaprojecten, evenals in administratieve veranderingsprocessen in verschillende omgevingen, waaronder crisisbeheer en hoger onderwijs. Veerkracht in dit cluster verwijst zowel naar organisatorische stabiliteit (d.w.z. traagheid) als organisatorische verandering. Methodologisch past het cluster verschillende benaderingen toe om het aanpassingsvermogen van organisaties en hun veranderingsvermogen te ontrafelen. Dit cluster wordt geleid door dr. ir. Boersma.

Maatschappelijke waarde van onderzoek: valorisatie

Wetenschappelijke kennis (beter) beschikbaar maken voor partijen buiten de universiteit, het zichtbaar(der) maken van de maatschappelijke waarde van het facultaire onderzoek, de zogenaamde valorisatie, is een belangrijk facet. Enkele voorbeelden van valorisatie:

_Streep

Enkele onderzoeksprojecten uitgelicht


Emergency

Promoveren

De bijdrage van promovendi aan het onderzoek van de afdeling Organisatiewetenschappen is van groot belang. De afgelopen jaren zijn diverse succesvolle promotieprojecten uitgevoerd die hebben geleid tot interessante proefschriften en artikelen in vooraanstaande wetenschappelijke tijdschriften. Ook de komende jaren willen we getalenteerde en enthousiaste onderzoekers de kans blijven bieden onderzoek te doen bij onze afdeling.

Er zijn verschillende manieren om bij de afdeling Organisatiewetenschappen aan een promotietraject te beginnen:

  • Reageren op vacatures. Deze worden via diverse kanalen geadverteerd en via een reguliere sollicitatieprocedure aan de beste kandidaat gegund.
  • (Bijna) Afgestudeerden met een idee voor de ontwikkeling van een eigen project wordt geadviseerd contact op te nemen met het afdelingshoofd om te bezien of een onderzoeksvoorstel kan worden ontwikkeld. Een dergelijk voorstel wordt bij voorkeur ingediend bij externe instanties zoals NWO, of bij de open competitie binnen de faculteit Sociale wetenschappen, teneinde subsidie voor het project te verwerven.
  • Promoveren met een Mozaïekbeurs. Mozaïek is een subsidieprogramma van NWO dat tot doel heeft de instroom van talentvolle afgestudeerden uit minderheidsgroepen in de wetenschap te bevorderen. In samenwerking met leden van de afdeling kan een onderzoeksvoorstel worden ontwikkeld en ingediend bij NWO.

Bovengenoemde mogelijkheden hebben alle betrekking op promovendi die voor de duur van het project in dienst zijn bij de afdeling Organisatiewetenschappen. In principe duurt een project 4 jaar, hoewel een aantal promovendi er voor kiest het project in 5 jaar uit te voeren en één dag in de week als docent te werken binnen de afdeling.

Daarnaast bestaat de mogelijkheid aan een promotieproject te beginnen zonder in dienst te treden bij de afdeling. Medewerkers van organisaties die een wetenschappelijke interesse hebben, kunnen in samenwerking met leden van de afdeling een onderzoeksvoorstel ontwikkelen en uitvoeren, vaak binnen de organisatie waarin die medewerkers werkzaam zijn.

Geïnteresseerden worden van harte uitgenodigd contact op te nemen met de onderzoeksmanager of het afdelingshoofd van de afdeling Organisatiewetenschappen, zie daartoe de contactgegevens van het Management Team Organisatiewetenschappen.