Blog

Studentbetrokkenheid

Medewerkers van de afdeling Sociale en Culturele Antropologie bloggen hier met informatieve, prikkelende en verrassende reflecties op de actualiteit in Nederland en de wereld.

Janine OlsthoornJanine Olsthoorn is salesmanager bij mega-IT-bedrijf Cisco in New York. Als enige cultureel antropoloog werd ze daar verkozen boven dertig sollicitanten. “Als je ervaring in andere culturen hebt ben je heel nuttig voor een bedrijf.”

Op de middelbare school leek het er niet op dat Janine Olsthoorn antropoloog ging worden. Ze blonk uit in wiskunde en natuurkunde, waardoor het haar logisch leek om een studie in die geest te kiezen. Het werd Farmakunde, maar al gauw begon er iets te kriebelen.

“Ik kwam erachter dat ik mensen veel interessanter vond dan de saaie farmaceutische wereld. En dan vooral de verschillen in hoe mensen denken en doen. Op intuïtie switchte ik toen naar culturele antropologie.” Een totale omslag – maar het bleek de juiste keuze. “Ik heb 100 procent van antropologie studeren genoten. Bijna elk onderwerp dat werd behandeld vond ik interessant.”

Verder kijken
Het méést interessant van alles vond ze hoe grote bedrijven van binnen in elkaar zitten: hoe gaan mensen met elkaar om, hoe wordt de macht verdeeld? Die focus op het bedrijfsleven heeft haar inmiddels gebracht tot het internationale hart ervan: Manhattan. Hier is ze ‘Territory Accountmanager’ bij IT-bedrijf Cisco.

“Als antropoloog in zo’n groot bedrijf kijk ik naar het sociale en culturele”, vertelt ze via Skype. “Waar een bedrijfskundige vooral processen analyseert, kijk je als antropoloog verder dan dat. Bij de klanten van Cisco analyseer ik bijvoorbeeld de bedrijfscultuur, de hiërarchie en wie de beslissingen maken. Dat is een vorm van ‘verder kijken’ en je inleven in anderen die je als antropologiestudent leert, en je grote kracht is als je in sales of bijvoorbeeld projectmanagement of marketing wil werken.”

Dan moet je die toegevoegde goed wel goed kunnen uitleggen als je solliciteert, zegt Olsthoorn. Zelf ‘won’ ze bij Cisco het van ongeveer dertig sollicitanten met een economie- of bedrijfskunde-achtergrond. “Mijn strategie was om vooral te vertellen over mijn masteronderzoek naar ondernemers in Ghana, waar ik op eigen kracht een project heb opgezet en een netwerk heb opgebouwd.”

Die praktische ervaring in een ingewikkelde culturele context gaf waarschijnlijk de doorslag om haar aan te nemen. “Ik heb daardoor namelijk vaardigheden ontwikkeld die studenten die vooral boeken hebben gelezen misschien niet hebben.”

Verschil maken
Als antropologiestudent raak je vertrouwd met uiteenlopende ‘culturen’. Olsthoorn had daar veel van in een vorige baan, waarbij ze contact had met bedrijven in Afrika en Latijns-Amerika. En ook nu bij Cisco communiceert ze met uiteenlopende bedrijven: van keiharde hedgefunds tot idealistische NGO’s.

Olsthoorn hoopt dat de studie antropologie meer jongeren gaat trekken die het bedrijfsleven willen veroveren en daar op een sociaal-wetenschappelijke manier een verschil willen maken. “Je kunt terechtkomen waar je wilt, als je maar goed voor ogen hebt wat je wilt doen met je skills, en je met je veldwerk in een bepaald onderwerp specialiseert. Als mij het lukt, kunnen anderen het ook.”

Amsterdam worstelt met ‘probleembuurten’ waar overlast heerst. Niels van der Gulik (1973), cultureel antropoloog in dienst van de gemeente, ontdekt door zelf buurten in te gaan wat er onder de oppervlakte speelt.

Antropologen zien andere dingen dan anderen. Wie Niels van der Gulik vraagt om een voorbeeld daarvan, krijgt een verhaal te horen over een bankje - een bankje op het Waterlandplein in Amsterdam-Noord, waar hij regelmatig komt voor zijn werk bij de gemeente Amsterdam.

“Op dat bankje hingen jongeren rond die voor overlast zorgden”, vertelt hij. “De oplossing van de gemeente was om dat bankje weg te halen: ‘probleem opgelost’. Maar die jongeren gingen gewoon ergens anders op hangen, op hekjes en speeltoestellen. Tegelijkertijd was met dat bankje óók een zitplek voor ouderen en moeders verdwenen.”

Later kwam in de plaats van het bankje een ijzeren picknicktafel, die bestand zou zijn tegen de overlastgevende jongeren. Maar ook dat werkte niet. “Het ijzer was te koud voor ouderen en kinderen om op te zitten en gaf een ongezellig signaal af, merkte ik door mijn gesprekken met bewoners. Dit was geen oplossing waarbij vanuit de mensen zelf was geredeneerd.”

Met bewoners praten
Van der Gulik probeert dat laatste wél te doen. Hij is projectleider bij het programma Gedragsbeïnvloeding, waar wordt gezocht naar slimme, duurzame oplossingen voor overlast. Een voorbeeld: bij de pont naar Amsterdam-Noord staan sinds enkele jaren rode en groene vlakken op de grond, zodat mensen die op- en afstappen elkaar niet in de weg staan. De wachtenden blijven tegenwoordig keurig op de groene zijkanten staan.

Voor dat soort oplossingen moet je weten hoe mensen doen en denken. Van der Gulik gaat daarom elke week de straat op in buurten, om met bewoners te praten. De inzichten moeten vervolgens leiden tot maatregelen die goed zijn voor de buurt en passen bij de mensen die er wonen.

“Door op straat te zijn, zie ik andere dingen dan collega’s die de dag op kantoor doorbrengen. Ik schets een breed beeld van de mensen en hun omgeving, zodat je als gemeente minder snel haastige oplossingen doorvoert.” Hij stelt dat dit goed is voor de relatie tussen de gemeente en Amsterdammers. “Veel buurtbewoners vertrouwen de gemeente niet, zeker niet als ambtenaren alleen maar langskomen als er iets misgaat. Bij mij weten mensen dat hun verhaal bij mij veilig is, want ik ben er altijd.”

Verder dan de cijfers
Van der Gulik besloot ‘pas’ toen hij in de veertig was om antropologie te gaan studeren aan de VU. “Als ik nu terugkijk, heb ik me altijd al antropoloog gevoeld. Ik ben van jongs af aan geïnteresseerd in mensen en wil altijd begrijpen waarom ze doen wat ze doen.”

Mensen bestuderen vindt hij nuttiger dan statistieken bijhouden. Hij illustreert dat met een voorbeeld. Volgens de cijfers is er in het welgestelde Amsterdam-Zuid veel jeugdoverlast, maar in het armere Noord juist weinig. “Dat kan niet kloppen, dacht ik toen ik dat zag.” Wat bleek, toen hij wat nader onderzoek deed? “Inwoners van Zuid zijn meer online, en doen dus ook vaker online melding van overlast dan inwoners van Noord. Daardoor lijkt het alsof er ook meer overlast is.”

Van der Gulik merkt dat zijn collega’s steeds warmer lopen voor de antropologische aanpak. “Ze worden heel enthousiast van mijn verhalen uit de buurt. Ik heb goede hoop dat er in de toekomst plaats is voor meer antropologen bij de gemeente."