Wat kun je worden als antropoloog

Studentbetrokkenheid

Wat kun je eigenlijk worden als antropoloog? Hier lees je interviews met afgestudeerde antropologen uit binnen- en buitenland. Van idealistische documentairemaker tot consultant in het bedrijfsleven: antropologie studeren opent vele deuren.

Walter FaaijWalter Faaij (1984) werkt als zelfstandig antropoloog voor het bedrijfsleven. ‘Ik het begin van mijn carrière zag ik mensen kijken van: antropologie? What the fuck is dat?’

Maar die reacties zijn inmiddels verleden tijd. Het bedrijfsleven weet Walter, die zich vermarkt als ‘corporate antropoloog’, goed te vinden. Een interviewafspraak met hem maken is niet makkelijk, want zijn agenda zit vol met klussen.

Managers en directeuren zijn nieuwsgierig geworden naar de antropologische benadering voor het oplossen van hun vraagstukken, vertelt hij. “Ze merken dat klassieke, bedrijfskundige voor moderne organisatievraagstukken niet altijd meer werken en staan open voor de antropologische manier van kijken.”

“Cultuur is geen ‘soft’ onderwerp, maar heeft juist keiharde gevolgen”, zegt Walter. “Als bijvoorbeeld fusies verkeerd lopen is dat meestal omdat de bedrijfsculturen met elkaar botsen. Dat heeft direct effect op je omzet.”

Het is natuurlijk wel de kunst om cultuur en de effecten ervan te begrijpen heeft en hoe je het kunt veranderen. Dat is waar corporate antropologen als Walter om de hoek komen kijken.

Cultuur op de kaart
Walter werkte een aantal jaar bij de Academie voor Organisatiecultuur, een bureau dat bedrijven en organisaties adviseert, en mensen traint en opleidt. Inmiddels heeft hij zijn eigen eenmanszaak: Green Culture Lab. Hij werkt ook veel met Human Dimensions samen, het bedrijf van corporate antropoloog Jitske Kramer.

Hij helpt bedrijven bij cultuurverandering – met name wanneer ze duurzamer willen worden. “Duurzaamheid wordt vaak op een technologische manier bekeken, of vanuit de business case. Maar verduurzaming gaat juist ook over mensen, over een andere manier van denken.”

Veel organisaties willen anno 2018 duurzamer worden, want groen is hip. Walter geeft hierover lezingen, maar doet ook veldwerk in kantoren – hoe maken werknemers hun keuzes, hoe werkt de informele sociale hiërarchie? – en geeft op basis daarvan advies. Daarnaast begeleidt hij werknemers in (potentiële) conflictsituaties.

“Ik stel mezelf altijd de vraag: welke patronen spelen hier? Stel, het probleem is dat werknemers elkaar weinig feedback geven. Dan kun je iedereen een feedbacktraining geven, maar je kunt ook kijken: hoe komt het? De oorzaak kan zijn dat ze in een kleine plaats wonen met hechte sociale verbanden en elkaar ook veel buiten werk tegenkomen, bijvoorbeeld op de sportclub. Dat maakt het spannender om elkaar feedback te geven op het werk. Zulke dingen kun je alleen ontdekken als je de héle situatie onderzoekt, en dat kan ik als antropoloog.”

Tesla
Ander voorbeeld: een bedrijf wil groener worden. De CEO besluit zijn dikke BMW-diesel weg te doen, maar als hij de trein pakt nemen zijn zakenrelaties hem niet serieus. Walter: “De oplossing kan dan zijn om een Tesla te nemen, de luxe elektrische auto. Die is duurzaam maar óók goed voor je status. Ik voel me als antropoloog goed als ik dat wat lijkt te botsen met elkaar kan verbinden, in dit voorbeeld sociale status met duurzaamheid.”

Walter hoopt dat corporate antropologie in Nederland blijft groeien om bedrijven mooier, inclusiever en duurzamer te maken. In Amerika zijn antropologen bij techbedrijven als Google, Microsoft en Facebook al een vast onderdeel.

Tot slot: waarom heeft Walter het eigenlijk over ‘corporate antropologie’ en niet over bedrijfsantropologie? “Omdat bedrijven het woord ‘corporate’ zelf ook graag gebruiken. Zo laat ik zien dat ik hun taal spreek. Om dezelfde reden draag ik naar een board meeting geen flubbertrui, maar een strak pak. Ik ga in Groenland toch ook niet Nederlands praten?”

Nadia MoussaidPresentator en journalist Nadia Moussaid studeerde antropologie aan de VU. Als ze reportages maakt en interviews doet is de antropoloog in haar nooit ver weg. “Als een onderwerp drie dubbele bodems heeft, wil ik ze alledrie aanboren.”

Dit is het, dít is het. Die woorden gingen door het hoofd van Nadia Moussaid toen ze tijdens een meeloopdag op de VU kennismaakte met de master Sociale & Culturele Antropologie. Ze voelde direct een klik, zegt ze, en ze zet het kracht bij met een knip met haar vingers. “En die klik is tijdens de studie gebleven. Je krijgt enorm veel interessante informatie aangeboden en de docenten moedigen je aan om je daarbinnen vast te bijten in wat jou fascineert of boos maakt.”

Omdat het een internationale master is, maakte ze kennis met de perspectieven van studenten uit de hele wereld: van Ghana tot Chili. “Dat vond ik heel waardevol, want je kijkt normaal alleen met je eigen Nederlandse blik.”

Nu, een kleine tien jaar na haar afstuderen, werkt ze als journalist en televisiemaker. Ze is bekend van haar tv-talkshow Laat op één met Nadia Moussaid, waarmee ze Eva Jinek verving, en als reportagemaker bij het programma Brandpunt+, beide van de omroep KRO-NCRV. Eerder presenteerde ze De Nieuwe Maan, een talkshow over de islam en de multiculturele samenleving.

De interesses die ze als antropologiestudent ontwikkelde, behield ze als journalist. “Ik heb in Marokko afstudeeronderzoek gedaan naar vrouwen in de publieke ruimte, gekoppeld aan thema’s als schaamtecultuur. Toen we rond #MeToo met De Nieuwe Maan een uitzending maakten over de ervaringen van Marokkaanse en Surinaamse vrouwen, kon ik mijn inzichten van toen goed gebruiken.”

Kwalitatief onderzoek
Als idealistische begintwintiger was Nadia Moussaid ongelukkig in haar baan bij het Nederlands Centrum voor Handelsbevordering, waar ze na haar hbo-studie was gaan werken. Ze wilde liever bij een NGO aan de slag, maar daar had ze masterdiploma in de sociale wetenschappen voor nodig.

“Ik twijfelde over sociologie maar het werd antropologie. Ik geloof meer in kwalitatief onderzoek waarbij je verhalen analyseert, dan in kwantitatief onderzoek met vragenlijsten waarbij je nooit precies weet waarom iemand antwoord A, B of C invult.”

Ze deed afstudeeronderzoek in Marokko en maakte daarover een minidocu met een van de VU geleende camera. Het eindresultaat was niet zo best, zegt ze lachend – maar wel de kiem van haar liefde voor televisie. Liever dan bij een NGO werken, wilde ze nu documentairemaker en journalist worden. In 2010 werd ze redacteur bij Multiculturele Televisie Nederland. “Degene die me aannam vond het interessant dat ik antropologie had gestudeerd. Hij zei: de journalistieke vaardigheden leer je vanzelf wel.”

Vluchtig
Moussaid zegt dat de journalistiek en de antropologie elkaar ontmoeten in het nieuwsgierige en onderzoekende. Maar waar antropologen uitgebreid de tijd voor hun onderzoek nemen, gelden in de televisiewereld andere wetten. Vanwege het belang van scoren en hoge kijkcijfers is er niet altijd ruimte voor diepgang.

Zo was ze gefrustreerd na een discussie bij De Nieuwe Maan over seksisme in autochtone en allochtone hoek. “Daarbij spelen allerlei vragen mee, zoals: mag je je in de discussies van een andere culturele groep mengen? Er zijn wel drie dubbele bodems, maar daar kom je in een kwartier niet aan toe, dus we moesten het versimpelen.”

Bij haar eigen talkshow Laat op één, die ze in 2018 vijf weken presenteerde, was die diepgang er ook vaak niet – toch genoot ze. “Je hebt geen leven en zit continu vol met adrenaline, maar het is ook superleerzaam. Na de laatste uitzending dacht ik: dit heb ik toch maar even gedaan.”

Antropoloog laten opborrelen
Inmiddels kan ze de antropoloog in haar weer laten opborrelen: Moussaid reist de wereld over voor reportages voor Brandpunt+. “Ik ben net terug uit Colombia, waar ik meeliep met Nederlanders die boeren helpen bij het opmeten van hun land. Om daar te komen moesten we eerst met twee vliegtuigjes, toen met de auto en het laatste stuk per paard. Die hele reis voelde enorm antropologisch.”

De journalist wil op een ‘antropologische manier’ televisie maken, met reportages en interviews waarbij ze alle dubbele bodems kan aanboren. “Ik wil over complexe onderwerpen vertellen met aandacht voor de mensen over wie het gaat. Bijvoorbeeld door te ontdekken hoe extreemrechtse of -linkse mensen denken. Ze proberen te begrijpen, zonder moralisme.”

Zoals een antropoloog aan participerende observatie doet, doet Moussaid een beetje aan ‘participerende journalistiek’. In een reportage over Nederlands-Marokkaanse jongeren die naar Marokko emigreren vertelt ze bijvoorbeeld ook over haar eigen worstelingen met haar identiteit. “We bedrijven bij Brandpunt constructieve journalistiek: niet alleen de problemen in kaart brengen, maar ook meezoeken naar oplossingen. Je bent zelf onderdeel van je onderzoek. Ik zou dat niet anders willen.”

Foto: KRO-NCRV/Stijn Ghijsen

Dara SchoenwaldDe Amerikaanse Dara Schoenwald werkte jarenlang voor grote bedrijven als Microsoft. Nu is ze een antropologische milieu-activist. “Duurzaamheid gaat over mensen”, is haar overtuiging.

Hoe zorg je dat mensen meer kraanwater gaan drinken? Door kraanwater sexy te maken. In Miami, Florida kun je je flesje in het park vullen bij design-waterpunten met touchscreen en interne koeling. Het scherm vertelt je hoeveel CO2-uitstoot je voorkomen hebt door te refillen in plaats van een nieuw flesje te kopen.

De tappunten zijn van Woosh Water, een startup uit Israël. Dankzij antropoloog, zakenvrouw en milieu-activist Dara Schoenwald staan de waterstations sinds kort in Miami. Daarvoor keek Dara goed naar haar de inwoners van Miami: hoe krijg je de mensen in deze stad aan het tapwater?

“Ten eerste is het hier altijd warm, dus het water moet gekoeld zijn”, vertelt ze via Skype. “Daarnaast zijn mensen in Miami veel met hun gezondheid bezig en drinken liever geen ongezuiverd kraanwater uit de reguliere openbare waterpunten. Omdat onze waterpunten een zuiveringssysteem hebben, zijn die een stuk aantrekkelijker.”

Dara en Woosh zetten de tappunten bewust niet als iets ‘milieuvriendelijks’ in de markt. “Dat kan mensen afschrikken, dus we benadrukken vooral dat het gezond en goedkoop is. We maken het leuker en makkelijker voor mensen om the right thing te doen.”

Om een duurzame wereld te bewerkstelligen, is kennis van mensen belangrijker dan kennis van technologie, zegt Dara. “De echte change begint bij begrijpen waarom mensen de keuzes maken die ze maken. Dat is uiteindelijk de sleutel tot het bestrijden van het broeikaseffect of de plasticsoep. En als antropoloog is dat precies waar ik voor ben getraind.”

Van het kantoor naar de straat
Voordat ze plasticstrijder werd, werkte Dara bij grote technologiebedrijven als Microsoft en de Sapient Corporation, waar ze etnografisch onderzoek deed. “Ik bracht daar in kaart hoe mensen met nieuwe technologie en online mogelijkheden omgaan, want aan zulke kennis was én is veel behoefte.”

Toch begon haar idealistische kant na een jaar of tien te kriebelen. “Ik verdiende goed en ik had mooi het ongelijk van mijn familie bewezen, die dachten dat je met een antropologiediploma niet rijk en succesvol kunt worden”, zegt ze lachend. “Maar uiteindelijk ben ik antropoloog geworden om de wereld te verbeteren, niet om grote bedrijven te helpen meer geld te verdienen.”

In 2015 nam Dara abrupt ontslag begon ze met haar man een project waarbij vrijwilligers aangespoeld plastic op de stranden van Miami opruimen. In de stad zijn veel overstromingen als gevolg van klimaatverandering en daardoor zit het water in en rond de stad veel weg van plasticsoep.

“Het zien en het oppakken van plastic flesjes en verpakkingen maakt je ervan bewust hoe veel plastic je zelf dagelijks weggooit. Als je het probleem voor je neus ziet en letterlijk voelt, ga je je gedrag vanzelf aanpassen.”

Ze startte ook een initiatief tegen sigarettenpeuken op straat, waar eveneens plastic inzit. “Eerst zeiden we tegen rokers: ‘zeg, jij draagt bij aan plasticsoep’. Maar dat werkte niet. Toen bedachten we draagbare asbakken, die we gingen uitdelen bij cafés en in festivals. Dat werkte veel beter, want het komt veel positiever over dan een reprimande.”

Kortom: “Voordat de juiste oplossing voor een probleem hebt gevonden, zul je mensen eerst moeten begrijpen.”

Erik van OmmeringAls je een flinke dosis idealisme bezit, zit je met antropologie goed. Zo zet antropoloog Erik van Ommering zich bij hulporganisatie Caritas in voor vluchtelingenkinderen in het Midden-Oosten.

Als middelbare scholier blonk hij uit in wiskunde en andere bètavakken, maar als student ging Erik van Ommering een heel andere kant op. “Ik besefte dat ik wiskunde eigenlijk niks aan vond, ook al was ik er nog zo goed in. Ik vond mensen interessanter: waar de uitkomst van een formule al vast staat, zijn mensen juist complex en onvoorspelbaar.”

Hij koos voor culturele antropologie aan de VU en werkt inmiddels voor de internationale hulporganisatie Caritas. Als veldonderzoeker en onderwijsdeskundige hield hij zich de afgelopen jaren bezig met onderwijs aan vluchtelingen in Libanon.

“Een op de drie inwoners van Libanon is gevlucht, vaak uit Syrië”, vertelt Erik via een piepende en krakende Skype-verbinding vanuit het zuiden van Libanon. “Voor de kinderen is goed onderwijs ontzettend belangrijk. Ik praat met en hun ouders en breng zo goed mogelijk hun situatie in kaart, zodat we passend onderwijs kunnen bieden.”

Sporten om de stress
Omdat hij antropoloog is, kijkt Erik vanuit het perspectief van de kinderen. “Ik onderzoek hun thuissituatie en zoek het antwoord op vragen zoals: waarom sturen sommige ouders hun kind niet naar school? En welke rol spelen stress en oorlogstrauma’s? Rekening houden met de belevingswereld van het kind is even belangrijk als goede lesinhoud.”

Om de kinderen hun trauma’s en stress letterlijk te helpen afschudden, doet Caritas veel met sport en spel. Kinderen met een stapel boeken in hun tas naar school sturen is niet genoeg. “Het onderwijs moet aansluiten op hun belevingswereld. Een kind dat voor oorlog gevlucht is, heeft andere dingen nodig dan een kind dat in Nederland opgroeit.”

Behalve de oorlogstrauma’s speelt ook mee dat de toegang tot en kwaliteit van het lokale onderwijs vaak matig is. En dan is er ook nog eens een complexe politieke situatie in Libanon en de omliggende landen.

“Ik ben door mijn studie goed toegerust om met al die complexiteit te dealen”, vertelt Erik. “Je wordt in de antropologie vertrouwd gemaakt dat dingen ingewikkelder zijn dan ze lijken en je niet over alles controle hebt. Het maakt je kritisch en ook flexibel.”

Gewend aan complexiteit
Sinds 2018 werkt Erik op het hoofdkantoor van Caritas Oostenrijk in Wenen, als manager van het onderwijsprogramma in Libanon en Jordanië. Ook verkent hij de mogelijkheden voor een nieuw onderwijsprogramma in Aleppo in Syrië, waarvoor hij onderhandelt met politici en donoren.

“Iets heel anders dan veldwerk dus, maar ik kan mijn inzichten uit de praktijk op dit managementniveau goed gebruiken. Ik wakker kritische discussies aan en probeer de antropologische blik in onze programma’s te brengen. Het beleid moet op basis van empirisch onderzoek aansluiten op wat gevluchte kinderen nodig hebben.”

Janine OlsthoornJanine Olsthoorn is salesmanager bij mega-IT-bedrijf Cisco in New York. Als enige cultureel antropoloog werd ze daar verkozen boven dertig sollicitanten. “Als je ervaring in andere culturen hebt ben je heel nuttig voor een bedrijf.”

Op de middelbare school leek het er niet op dat Janine Olsthoorn antropoloog ging worden. Ze blonk uit in wiskunde en natuurkunde, waardoor het haar logisch leek om een studie in die geest te kiezen. Het werd Farmakunde, maar al gauw begon er iets te kriebelen.

“Ik kwam erachter dat ik mensen veel interessanter vond dan de saaie farmaceutische wereld. En dan vooral de verschillen in hoe mensen denken en doen. Op intuïtie switchte ik toen naar culturele antropologie.” Een totale omslag – maar het bleek de juiste keuze. “Ik heb 100 procent van antropologie studeren genoten. Bijna elk onderwerp dat werd behandeld vond ik interessant.”

Verder kijken
Het méést interessant van alles vond ze hoe grote bedrijven van binnen in elkaar zitten: hoe gaan mensen met elkaar om, hoe wordt de macht verdeeld? Die focus op het bedrijfsleven heeft haar inmiddels gebracht tot het internationale hart ervan: Manhattan. Hier is ze ‘Territory Accountmanager’ bij IT-bedrijf Cisco.

“Als antropoloog in zo’n groot bedrijf kijk ik naar het sociale en culturele”, vertelt ze via Skype. “Waar een bedrijfskundige vooral processen analyseert, kijk je als antropoloog verder dan dat. Bij de klanten van Cisco analyseer ik bijvoorbeeld de bedrijfscultuur, de hiërarchie en wie de beslissingen maken. Dat is een vorm van ‘verder kijken’ en je inleven in anderen die je als antropologiestudent leert, en je grote kracht is als je in sales of bijvoorbeeld projectmanagement of marketing wil werken.”

Dan moet je die toegevoegde goed wel goed kunnen uitleggen als je solliciteert, zegt Olsthoorn. Zelf ‘won’ ze bij Cisco het van ongeveer dertig sollicitanten met een economie- of bedrijfskunde-achtergrond. “Mijn strategie was om vooral te vertellen over mijn masteronderzoek naar ondernemers in Ghana, waar ik op eigen kracht een project heb opgezet en een netwerk heb opgebouwd.”

Die praktische ervaring in een ingewikkelde culturele context gaf waarschijnlijk de doorslag om haar aan te nemen. “Ik heb daardoor namelijk vaardigheden ontwikkeld die studenten die vooral boeken hebben gelezen misschien niet hebben.”

Verschil maken
Als antropologiestudent raak je vertrouwd met uiteenlopende ‘culturen’. Olsthoorn had daar veel van in een vorige baan, waarbij ze contact had met bedrijven in Afrika en Latijns-Amerika. En ook nu bij Cisco communiceert ze met uiteenlopende bedrijven: van keiharde hedgefunds tot idealistische NGO’s.

Olsthoorn hoopt dat de studie antropologie meer jongeren gaat trekken die het bedrijfsleven willen veroveren en daar op een sociaal-wetenschappelijke manier een verschil willen maken. “Je kunt terechtkomen waar je wilt, als je maar goed voor ogen hebt wat je wilt doen met je skills, en je met je veldwerk in een bepaald onderwerp specialiseert. Als mij het lukt, kunnen anderen het ook.”

Amsterdam worstelt met ‘probleembuurten’ waar overlast heerst. Niels van der Gulik (1973), cultureel antropoloog in dienst van de gemeente, ontdekt door zelf buurten in te gaan wat er onder de oppervlakte speelt.

Antropologen zien andere dingen dan anderen. Wie Niels van der Gulik vraagt om een voorbeeld daarvan, krijgt een verhaal te horen over een bankje - een bankje op het Waterlandplein in Amsterdam-Noord, waar hij regelmatig komt voor zijn werk bij de gemeente Amsterdam.

“Op dat bankje hingen jongeren rond die voor overlast zorgden”, vertelt hij. “De oplossing van de gemeente was om dat bankje weg te halen: ‘probleem opgelost’. Maar die jongeren gingen gewoon ergens anders op hangen, op hekjes en speeltoestellen. Tegelijkertijd was met dat bankje óók een zitplek voor ouderen en moeders verdwenen.”

Later kwam in de plaats van het bankje een ijzeren picknicktafel, die bestand zou zijn tegen de overlastgevende jongeren. Maar ook dat werkte niet. “Het ijzer was te koud voor ouderen en kinderen om op te zitten en gaf een ongezellig signaal af, merkte ik door mijn gesprekken met bewoners. Dit was geen oplossing waarbij vanuit de mensen zelf was geredeneerd.”

Met bewoners praten
Van der Gulik probeert dat laatste wél te doen. Hij is projectleider bij het programma Gedragsbeïnvloeding, waar wordt gezocht naar slimme, duurzame oplossingen voor overlast. Een voorbeeld: bij de pont naar Amsterdam-Noord staan sinds enkele jaren rode en groene vlakken op de grond, zodat mensen die op- en afstappen elkaar niet in de weg staan. De wachtenden blijven tegenwoordig keurig op de groene zijkanten staan.

Voor dat soort oplossingen moet je weten hoe mensen doen en denken. Van der Gulik gaat daarom elke week de straat op in buurten, om met bewoners te praten. De inzichten moeten vervolgens leiden tot maatregelen die goed zijn voor de buurt en passen bij de mensen die er wonen.

“Door op straat te zijn, zie ik andere dingen dan collega’s die de dag op kantoor doorbrengen. Ik schets een breed beeld van de mensen en hun omgeving, zodat je als gemeente minder snel haastige oplossingen doorvoert.” Hij stelt dat dit goed is voor de relatie tussen de gemeente en Amsterdammers. “Veel buurtbewoners vertrouwen de gemeente niet, zeker niet als ambtenaren alleen maar langskomen als er iets misgaat. Bij mij weten mensen dat hun verhaal bij mij veilig is, want ik ben er altijd.”

Verder dan de cijfers
Van der Gulik besloot ‘pas’ toen hij in de veertig was om antropologie te gaan studeren aan de VU. “Als ik nu terugkijk, heb ik me altijd al antropoloog gevoeld. Ik ben van jongs af aan geïnteresseerd in mensen en wil altijd begrijpen waarom ze doen wat ze doen.”

Mensen bestuderen vindt hij nuttiger dan statistieken bijhouden. Hij illustreert dat met een voorbeeld. Volgens de cijfers is er in het welgestelde Amsterdam-Zuid veel jeugdoverlast, maar in het armere Noord juist weinig. “Dat kan niet kloppen, dacht ik toen ik dat zag.” Wat bleek, toen hij wat nader onderzoek deed? “Inwoners van Zuid zijn meer online, en doen dus ook vaker online melding van overlast dan inwoners van Noord. Daardoor lijkt het alsof er ook meer overlast is.”

Van der Gulik merkt dat zijn collega’s steeds warmer lopen voor de antropologische aanpak. “Ze worden heel enthousiast van mijn verhalen uit de buurt. Ik heb goede hoop dat er in de toekomst plaats is voor meer antropologen bij de gemeente."